Ik kan, dus ik ben

door Marco Derksen op 1 september 2026

Deze weken trekken Gerjanne en ik door Schotland. Afgelopen weken waren we in de Highlands, deze week trekken we vanwege het weer langs de oostkust. Net als vorig jaar, toen we een aantal maanden door Noorwegen trokken, geïnspireerd door de film Songs of Earth, zijn we ook dit jaar geïnspireerd door een film, ditmaal The North. En uiteraard hebben we delen van de Cape Wrath Trail gewandeld. Wandelen is voor mij een goede manier om na te denken over de boeken die ik lees en de podcasts die ik tijdens het reizen beluister. Dit jaar ben ik vooral gegrepen door het werk van Ton Lemaire en zijn verwijzingen naar de Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty.

Ton Lemaire is een Nederlandse cultureel antropoloog, cultuurfilosoof en essayist. Hij behoort tot de weinige Nederlandstalige denkers die filosofie consequent verbindt met natuurervaring. Ik kom later zeker nog terug op zijn werk. Het werk van Merleau-Ponty kende ik al, maar door Lemaire ben ik mij er wat meer in gaan verdiepen. Zo luisterde ik deze week naar een aflevering van Podcast Filosofie uit 2020, waarin Allard Amelink en Jozef Waanders in gesprek gaan met Jenny Slatman, die op Merleau-Ponty promoveerde en vanuit haar achtergrond in zowel fysiotherapie als filosofie veel aandacht heeft voor de relatie tussen lichaam en denken. Slatman legt de filosofie van Merleau-Ponty erg goed uit en is wat mij betreft een absolute aanrader.

Gerjanne tijdens wandeling Stac Pollaidh, Schotland

Maurice Merleau-Ponty was een Franse filosoof die leefde van 1908 tot 1961 en tot de fenomenologie wordt gerekend. Hij verzet zich tegen het idee dat de mens in de eerste plaats een denkend bewustzijn is dat daarnaast ook een lichaam heeft. Volgens hem zijn we vanaf het begin lichamelijk aanwezig in de wereld en begrijpen we die wereld mede door wat we ermee kunnen doen.

Daarmee staat Merleau-Ponty tegenover de dualistische filosofie van René Descartes, die aan het begin van de zeventiende eeuw onderscheid maakt tussen geest en lichaam. De zekerheid van ons bestaan ligt bij Descartes in het denken: ik denk, dus ik ben (cogito, ergo sum). Slatman nuanceert dit beeld. Zij wijst erop dat Descartes zelf onderscheid maakt tussen filosofische reflectie en de dagelijkse ervaring. In zijn meditaties kan hij geest en lichaam van elkaar onderscheiden, terwijl hij erkent dat we hun eenheid in het dagelijks leven juist direct ervaren. Merleau-Ponty maakt van die geleefde eenheid echter het uitgangspunt van zijn filosofie. Voor hem is het subject niet eerst een denkend bewustzijn dat vervolgens een lichaam aanstuurt; het is vanaf het begin belichaamd en gesitueerd. Hij wijst daarmee de filosofie van Descartes niet af, maar verschuift het uitgangspunt van het reflecterende ‘ik denk’ naar het belichaamde ‘ik kan’.

Die verschuiving vormt de kern van Merleau-Ponty’s benadering. Met het ‘ik kan’ bedoelt hij dat ons contact met de wereld meestal niet begint met bewust nadenken, maar met een praktische, lichamelijke betrokkenheid. Wat we kunnen doen, ligt daarbij niet alleen in ons lichaam besloten, maar ontstaat in de verhouding tussen dat lichaam en zijn omgeving. We lopen, fietsen, typen, pakken dingen vast en bewegen ons door een ruimte zonder elke handeling eerst stap voor stap te berekenen. Het lichaam is dus niet alleen iets waarover we kunnen nadenken, maar is al op de wereld gericht voordat die reflectie begint. Merleau-Ponty beschrijft dit als lichamelijke of motorische intentionaliteit: onze bewegingen zijn geen mechanische reacties, maar zijn gericht op wat de omgeving ons mogelijk maakt te doen.

Om dit verder uit te leggen, sluit Merleau-Ponty aan bij het onderscheid dat Edmund Husserl maakt tussen Körper en Leib. Körper is het lichaam als object: het lichaam dat kan worden bekeken, gemeten en medisch onderzocht. Leib is het lichaam zoals iemand het zelf ervaart. Slatman vat dat in de podcast eenvoudig samen als het verschil tussen een lichaam dat je hebt en een lichaam dat je bent. Wanneer je bijvoorbeeld met je rechterhand je linkerhand aanraakt, is je linkerhand iets wat je kunt voelen en bekijken, terwijl je er tegelijk de aanraking in ervaart. Je lichaam is dus niet alleen iets waar je van buitenaf naar kunt kijken; het is ook het perspectief van waaruit je voelt, beweegt en waarneemt. Voor Merleau-Ponty is dat van belang: we staan niet als een losse geest tegenover ons lichaam, maar leven en ervaren de wereld altijd via ons lichaam.

Merleau-Ponty gebruikt hiervoor het begrip lichaamsschema, dat verwijst naar de manier waarop ons lichaam zich meestal zonder bewuste aandacht oriënteert en handelt. De casus van Ian Waterman, die zijn proprioceptie verloor en bewegingen daardoor bewust moest controleren, laat zien hoe belangrijk die vanzelfsprekende lichamelijke afstemming is. Proprioceptie is het vermogen om te voelen waar je lichaamsdelen zich bevinden en hoe ze bewegen, zonder dat je ernaar hoeft te kijken. Het lichaamsschema is geen vaststaand gegeven: een slapende arm kan er tijdelijk buiten vallen, terwijl een hamer of auto bij geoefend gebruik juist als verlengstuk van het lichaam kan gaan functioneren. Gewoontevorming verandert zo de manier waarop het lichaam praktisch op zijn omgeving is afgestemd.

Deze nadruk op lichamelijke ervaring sluit aan bij Merleau-Ponty’s fenomenologie. Die onderzoekt hoe de wereld zich aan ons voordoet voordat onze ervaring volledig in wetenschappelijke of andere objectiverende begrippen wordt vastgelegd. Waarneming bestaat volgens hem niet uit losse zintuiglijke gegevens die het verstand achteraf samenvoegt. Wanneer we bijvoorbeeld een stoel zien, nemen we niet eerst afzonderlijke kleuren, lijnen en vormen waar om daar vervolgens uit af te leiden dat het een stoel is. De stoel verschijnt vanaf het begin als een betekenisvol geheel, als iets waartoe we ons op een bepaalde manier kunnen verhouden. Wat we waarnemen, verschijnt zo binnen betekenisvolle samenhangen, zoals een figuur tegen een achtergrond. Wat op de voorgrond verschijnt en wat naar de achtergrond verdwijnt, hangt mede samen met onze positie, ervaring, aandacht en mogelijkheden tot handelen. Bewust denken en analyseren bouwen voort op die meer directe, lichamelijke verhouding tot de wereld.

Bij de fenomenologische methode worden vanzelfsprekende aannames tijdelijk ‘tussen haakjes’ gezet. Dat betekent dat we proberen onze vertrouwde manier van kijken even op te schorten om beter te begrijpen hoe we de wereld ervaren. Merleau-Ponty verschilt volgens Slatman van Husserl doordat hij niet denkt dat we daarmee uiteindelijk een volledig neutraal standpunt kunnen bereiken. Wie afstand probeert te nemen van zijn eigen positie, neemt immers opnieuw een andere positie in. Reflectie blijft altijd verbonden met een lichaam, een plaats en een concrete situatie. Dat past bij het begrip être au monde (in de wereld zijn): menselijk bestaan betekent niet alleen dat we ons ergens in de wereld bevinden, maar dat we altijd al in verhouding tot die wereld staan. Mens en wereld staan bij Merleau-Ponty niet als twee zelfstandige grootheden tegenover elkaar. We worden door onze omgeving gevormd, terwijl we die omgeving door ons handelen tegelijk mede vormgeven.

Precies daar stuit Merleau-Ponty op een uitdaging. Hij probeert onder woorden te brengen wat er gebeurt voordat we bewust gaan nadenken en analyseren. Kunst helpt hem om dat zichtbaar te maken. In de podcast komt vooral de Franse schilder Paul Cézanne ter sprake. Merleau-Ponty waardeert zijn werk omdat Cézanne de werkelijkheid niet zo precies mogelijk probeert na te bootsen, maar laat zien hoe iets zich aan ons voordoet. Dat Cézanne dezelfde berg steeds opnieuw schilderde, past bij het idee dat waarneming nooit helemaal in één beeld is vast te leggen.

Een vergelijkbaar onderscheid maakt Merleau-Ponty in zijn denken over taal. Hij spreekt over parole parlée, taal waarvan de betekenis al grotendeels vastligt, en parole parlante, spreken waarin nieuwe betekenis ontstaat. Gewone taal maakt veel gebruik van bestaande betekenissen, maar in kunst, literatuur en filosofie kan taal ook iets laten verschijnen dat nog niet volledig in bestaande begrippen past. Slatman benadrukt dat kunst daarom voor Merleau-Ponty meer is dan een illustratie van filosofische ideeën. Kunst kan onze vertrouwde blik onderbreken en ons iets bekends opnieuw laten zien.

In het laatste deel van de podcast bespreekt Slatman hoe Merleau-Ponty’s denken later door anderen is doorontwikkeld. Een voorbeeld is embodied cognition, een benadering binnen de cognitiewetenschap waarin denken niet los wordt gezien van lichaam en omgeving. Vanuit dat perspectief bestaat intelligent handelen uit meer dan alleen informatieverwerking. Slatman gebruikt het eenvoudige voorbeeld van een ei oppakken. Mensen voelen meestal vanzelf hoeveel kracht nodig is om een ei vast te houden zonder het te breken. Voor een robot vraagt dat om een nauwkeurige afstemming tussen waarneming, beweging en omgeving. De podcast gebruikt dit voorbeeld om duidelijk te maken waarom lichamelijkheid relevant kan zijn voor discussies over kunstmatige intelligentie.

Slatman gebruikt Merleau-Ponty ook om kritisch te kijken naar wat zij ‘breinpraten’ noemt: verklaringen waarin menselijke eigenschappen uiteindelijk vooral of uitsluitend aan het brein worden toegeschreven. Haar punt is niet dat het brein onbelangrijk is, maar dat het altijd deel uitmaakt van een lichaam dat voortdurend in contact staat met een omgeving. Vanuit Merleau-Ponty’s perspectief kunnen hersenen, lichaam en omgeving daarom niet zomaar los van elkaar worden begrepen.

Ook voor de geneeskunde biedt het onderscheid tussen Körper en Leib een bruikbaar perspectief. Medische diagnostiek richt zich vaak noodzakelijkerwijs op het lichaam als object: op organen, weefsels, functies en afwijkingen. Merleau-Ponty maakt daarnaast ruimte voor de vraag hoe iemand zijn lichaam en zijn mogelijkheden zelf ervaart. Vanuit het ‘ik kan’ kan bijvoorbeeld worden gekeken naar wat iemand in een bepaalde omgeving nog kan doen. Een lichamelijke beperking leidt niet automatisch tot dezelfde praktische beperking in iedere situatie. Een toegankelijk ingerichte omgeving kan bepaalde mogelijkheden ondersteunen.

Slatman noemt in dit verband ook de invloed van de neuroloog en psychiater Kurt Goldstein. Bij hem wordt ziekte mede begrepen vanuit de verhouding tussen de mens en zijn omgeving. Het functioneren kan niet alleen worden afgeleid uit een lichamelijke afwijking, maar hangt ook samen met de situatie waarin iemand leeft.

Merleau-Ponty’s eigen werk besteedde volgens Slatman beperkt aandacht aan de invloed van verschillen in gender en huidskleur. Latere denkers hebben zijn begrippen daarom verder ontwikkeld. Iris Marion Young gebruikt in haar essay Throwing Like a Girl het idee van lichamelijke handelingsmogelijkheden om te onderzoeken hoe gendernormen en opvoeding invloed kunnen hebben op de manier waarop mensen hun lichaam gebruiken. Sara Ahmed gebruikt een verwante fenomenologische benadering om te beschrijven hoe racialisering iemands vanzelfsprekende bewegen door de wereld kan onderbreken. Deze toepassingen zijn dus niet zonder meer theorieën van Merleau-Ponty zelf, maar bouwen voort op zijn aandacht voor het belichaamde en gesitueerde karakter van menselijke ervaring.

In de praktijk kan het denken van Merleau-Ponty vooral worden gebruikt als een manier om vragen anders te stellen. In de zorg kan het helpen om naast een lichamelijke diagnose ook te kijken naar hoe iemand zijn lichaam en mogelijkheden ervaart. Bij toegankelijkheid en ontwerp kan de vraag centraal staan welke handelingen een omgeving mogelijk of moeilijk maakt. In discussies over kunstmatige intelligentie kan zijn werk helpen onderzoeken welke rol lichamelijke ervaring speelt bij menselijke intelligentie. In sociale analyses kan het zichtbaar maken hoe de omgeving en maatschappelijke verwachtingen invloed hebben op wat mensen als vanzelfsprekend mogelijk ervaren. Dit perspectief richt de aandacht op de samenhang tussen lichaam, ervaring, handelen en wereld.

Zoals gezegd: de podcast is een absolute aanrader als je meer wilt weten over de filosofie van Merleau-Ponty.

Bronnen

  • Merleau-Ponty, M. (1945). Phenomenology of perception (C. Smith, Trans. 2005). Routledge.
  • Slatman, J. (2003). Inleiding. In M. Merleau-Ponty, De wereld waarnemen (J. Slatman, vert., pp. 7–25). Boom. (2e ongewijzigde druk 2006).
  • Centre Erasme. (2020, 10 september). Maurice Merleau-Ponty [Podcastaflevering]. Podcast Filosofie.

2 reacties

Naar aanleiding van de filosofie van Merleau-Ponty ben ik begonnen aan een reeks blogs over de toepassing van Merlaau-Ponty in de praktijk:

Merleau-Ponty over leiderschap in digitale transformatie
https://upstream.nl/2026/09/02/merleau-ponty-over-leiderschap-in-digitale-transformatie/

Kunst als oefening in anders kijken
https://upstream.nl/2026/09/02/kunst-als-oefening-in-anders-kijken/

AI als verlengstuk van het professionele kunnen
https://upstream.nl/2026/09/02/ai-als-verlengstuk-van-het-professionele-kunnen/

AI verandert niet alleen wat we doen, maar ook wie we worden
https://upstream.nl/2026/09/04/ai-verandert-niet-alleen-wat-we-doen-maar-ook-wie-we-worden/

Drie orden van relationele intelligentie
https://upstream.nl/2026/09/07/drie-orden-van-relationele-intelligentie/

Beantwoord

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1464)
Contact