Ton Lemaire, geboren in Rotterdam in 1941, is cultureel antropoloog en cultuurfilosoof. Hij studeerde culturele antropologie in Utrecht en filosofie in Parijs en Nijmegen en werkte daarna als docent cultuurfilosofie aan de Radboud Universiteit. Zijn belangstelling voor natuur en landschap ontstond al vroeg, mede door zijn jeugd in Limburg. In 1991 verhuisde hij naar de Dordogne in Frankrijk. Daar koos hij voor een eenvoudiger en meer zelfvoorzienend bestaan, op afstand van wat hij zag als de drukte, het lawaai en de consumptiecultuur van Nederland. Die levenskeuze sluit aan bij een belangrijk uitgangspunt in zijn werk: filosofie moet niet alleen over ideeën gaan, maar ook over de manier waarop mensen leven.
De kern van Lemaires denken is zijn kritiek op het moderne geloof in vooruitgang. In verschillende boeken onderzoekt hij hoe economische groei, technologie, consumptie en globalisering de verhouding tussen mens en natuur veranderen. Daarbij stelt hij niet dat iedere technische ontwikkeling verkeerd is. Zijn aandacht gaat vooral uit naar de vraag wat verloren kan gaan wanneer groei en efficiëntie vanzelfsprekende doelen worden. Landschap, stilte, lokale verbondenheid en directe ervaring van de natuur krijgen in zijn werk daarom veel betekenis.
In Filosofie van het landschap onderzoekt Lemaire het landschap als uitdrukking van cultuur. Volgens hem laat de manier waarop mensen ruimte waarnemen, afbeelden en inrichten zien hoe zij zichzelf en hun plaats in de wereld begrijpen. Een concreet voorbeeld is Petrarca’s beklimming van de Mont Ventoux in 1336. Petrarca beklom de berg om van het uitzicht te genieten, iets wat Lemaire ziet als teken van een veranderende houding tegenover de wereld. De mens wordt meer een individuele waarnemer die de ruimte zelf verkent en beoordeelt. Een vergelijkbare ontwikkeling ziet Lemaire in de renaissanceschilderkunst, waarin het perspectief de wereld zichtbaar maakt vanuit één gezichtspunt. Volgens hem past dat bij de opkomst van het moderne individu: de mens wordt zelfstandiger en vertrouwt meer op zijn eigen waarneming, maar plaatst zichzelf tegelijkertijd meer tegenover zijn omgeving. Die ontwikkeling betekent dus zowel bevrijding als een grotere afstand tot natuur en landschap.
In het voorwoord bij een latere druk verbindt Lemaire deze gedachte met de modernisering van het Nederlandse landschap. Schaalvergroting, verstedelijking en het verdwijnen van historische oriëntatiepunten leiden volgens hem tot een vorm van onthistorisering van de ruimte. Daarmee legt dit vroege boek al een basis voor zijn latere kritiek op modernisering, schaalvergroting en vervreemding van natuur en plaats.
Een ander belangrijk thema is antropocentrisme: de gedachte dat de mens een bijzondere en hogere positie inneemt tegenover andere levende wezens. In Op vleugels van de ziel onderzoekt Lemaire onder meer hoe de menselijke kijk op vogels door de geschiedenis heen is veranderd. Volgens zijn analyse heeft de westerse cultuur geleidelijk meer afstand geschapen tussen mens en dier. Hij verbindt dit met een bredere ontwikkeling waarin natuur steeds meer als bruikbaar materiaal voor menselijke doelen wordt gezien. Dit is vooral een filosofisch-historische interpretatie en moet niet zonder meer als bewezen causaliteit worden opgevat.
Die aandacht voor de verhouding tussen mens en natuur keert terug in Bomen en bossen. Daar verkent Lemaire bomen en bossen vanuit botanisch, geografisch en cultuurhistorisch perspectief en onderzoekt hij hun betekenis voor een leefbare aarde. Hij kiest daarbij niet voor de opvatting dat bomen menselijke eigenschappen of een bewustzijn hebben. Wel zoekt hij naar een manier om wetenschappelijke kennis over bomen te verbinden met een besef van de onderlinge samenhang van het leven. Daarmee sluit het boek aan bij zijn bredere kritiek op antropocentrisme en op een omgang met de natuur die vooral door nut en exploitatie wordt bepaald.
Ook in Met open zinnen en De val van Prometheus richt Lemaire zich op vooruitgang, techniek en consumptie. Hij beschouwt het moderne vertrouwen in voortdurende economische groei als problematisch wanneer daarbij ecologische grenzen en menselijke behoeften aan plaats, rust en verbondenheid naar de achtergrond verdwijnen. De figuur Prometheus, die in de Griekse mythologie het vuur naar de mensen brengt, gebruikt hij als beeld voor menselijke technische macht en de risico’s van overmoed. Als alternatief pleit hij voor vrijwillige eenvoud, kleinschaligheid en meer aandacht voor het lokale.
Zijn latere werk laat tegelijk zien dat zijn denken niet eenvoudig kan worden samengevat als een afwijzing van de moderne wereld. Lemaire erkent zelf dat volledige afzondering niet mogelijk en ook niet wenselijk is. In interviews vertelt hij dat hij nieuws volgt, een computer gebruikt en contact houdt met de samenleving. Hij heeft ook aangegeven dat zijn vroegere streven naar consequentie en zuiverheid grenzen heeft. Daarmee ontstaat een spanning die kenmerkend is voor zijn werk: hij bekritiseert de maatschappij, maar blijft er deel van uitmaken; hij is pessimistisch over ecologische en maatschappelijke ontwikkelingen, maar blijft zich uitspreken en schrijven.
Zijn filosofie biedt geen concreet stappenplan voor een andere samenleving, maar stelt vragen bij uitgangspunten die vaak vanzelfsprekend lijken: moet economische groei altijd voorrang krijgen, hoeveel techniek is wenselijk en welke waarde hebben natuur, landschap en lokale verbondenheid? Niet al zijn maatschappelijke verklaringen zijn empirisch onderbouwd en zijn voorkeur voor kleinschaligheid is duidelijk ook een normatieve keuze. Toch blijft zijn werk relevant als uitnodiging om na te denken over de maat van vooruitgang en over de verantwoordelijkheid van mensen voor de wereld waarin zij leven.
De komende weken trek ik mij terug in de Schotse Hooglanden. Om te wandelen, te lezen en na te denken. Wellicht ga ik Filosofie van het landschap nog eens lezen, maar Bomen en bossen: Bondgenoten voor een leefbare aarde en zijn meest recente boek, Op weg naar het heden, staan in ieder geval op de leeslijst!
Bronnen
- Ton Lemaire, Ambo|Anthos uitgevers
- Lemaire, T. (1970). Filosofie van het landschap. Ambo.
- Lemaire, T. (2002). Met open zinnen: Natuur, landschap, aarde. Ambo.
- Lemaire, T. (2007). Op vleugels van de ziel: Vogels in voorstelling en verbeelding. Ambo.
- Lemaire, T. (2010). De val van Prometheus: Over de keerzijden van de vooruitgang. Ambo.
- Lemaire, T. (2023). Bomen en bossen: Bondgenoten voor een leefbare aarde. Ambo|Anthos.
- Lemaire, T. (2026). Op weg naar het heden. Ambo/Anthos.
- Messeman, S. (2026, 2 juni). Ton Lemaire filosofeert over een lang leven en de nakende dood. Trouw.
- Wieringa, T. (2024, 2 november). Tommy Wieringa ontmoet Ton Lemaire, de filosoof die Nederland ontvluchtte, op zoek naar stilte. Trouw.
2 reacties
De bomen van Lemaire:
https://www.martenminkema.nl/de-bomen-van-lemaire/
Recensies ‘Op weg naar het heden’:
Filosofie Magazine:
https://www.filosofie.nl/filosoof-ton-lemaire-blijft-de-aarde-trouw-recensie/
Boekenkrant:
https://boekenkrant.com/recensie/op-weg-naar-het-heden/
Trouw:
https://www.trouw.nl/recensies/ton-lemaire-filosofeert-over-een-lang-leven-en-de-nakende-dood~b738564c/
De Standaard:
https://www.standaard.be/media-en-cultuur/boeken/filosoof-ton-lemaire-effent-het-pad-naar-meer-levensvreugde/157665985.html