De beginjaren van Zomergasten

door Marco Derksen op 6 juli 2026

Op een maandagmorgen in het voorjaar van 1988 zat de redactievergadering van de VPRO met een praktisch probleem. De omroep had nauwelijks geld voor de zomerprogrammering. Er moest een avondvullend programma komen, maar het budget bedroeg slechts 50.000 gulden. Voor televisiebegrippen was dat bijna niets. Terwijl anderen zich afvroegen wat er met zo weinig geld mogelijk was, kwam voormalig VPRO-redacteur Krijn ter Braak met een eenvoudig voorstel: nodig één gast uit, laat die zijn favoriete televisiefragmenten kiezen en praat daar de hele avond over. Oude VPRO-fragmenten waren goedkoop, omdat daarvoor nauwelijks extra uitzendrechten hoefden te worden betaald. Zo werd een financiële noodoplossing het begin van VPRO Zomergasten, één van de langstlopende cultuurprogramma’s van de Nederlandse televisie.

In deze eerste blog uit een serie van drie over VPRO’s Zomergasten duik ik in de beginjaren van het programma tussen 1988 tot 2014.

Krijn ter Braak baseerde zijn idee op het VPRO-Marathoninterview, dat twee jaar eerder op de radio was gestart. Zijn uitgangspunt was dat televisie niet alleen een medium was om naar te kijken, maar ook een aanleiding kon zijn om herinneringen, ideeën en overtuigingen te verkennen. Niet de actualiteit stond centraal, maar de persoonlijke betekenis van beelden. Daarmee draaide hij de gebruikelijke televisielogica om: niet een gast die iets kwam promoten, maar iemand die liet zien waardoor hij of zij zelf was gevormd. Die gedachte bleek veel rijker dan de makers destijds konden vermoeden.

Een eenvoudig decor, vier uur live
De eerste uitzending vond plaats op 3 juli 1988. Presentator Peter van Ingen ontving kunsthistoricus Pierre Janssen in Studio B in Bussum. Er stonden slechts twee fauteuils, een televisie en een tafel. Geen publiek en geen haast. De uitzending duurde ruim vier uur en werd zelfs onderbroken door het NOS Journaal. Daarna gingen gast en presentator gewoon weer verder, soms reagerend op het nieuws dat zojuist was uitgezonden. Dat livekarakter gaf de gesprekken een openheid die later een belangrijk onderdeel van het format zou blijven. Na de eerste jaren verhuisde de productie naar Studio Plantage in Amsterdam, waar Zomergasten lange tijd zijn vaste thuisbasis vond.

De eerste gasten waren vrijwel allemaal publieke figuren uit de culturele en intellectuele wereld: Pierre Janssen, Renate Rubinstein, Pieter Verhoeff, G.B.J. Hiltermann en vredesactiviste Sienie Strikwerda. Vanaf het begin koos de redactie voor verdieping boven populariteit en voor lange gesprekken boven snelle televisie.

Peter van Ingen presenteerde Zomergasten van 1988 tot en met 1995. Hij ontwikkelde een stijl die opvallend bescheiden was. Hij stelde vragen, luisterde aandachtig en liet stiltes bestaan. Juist doordat hij zichzelf nauwelijks op de voorgrond plaatste, ontstond ruimte voor de gast. Veel latere presentatoren zouden zich, bewust of onbewust, tot die stijl verhouden.

Van Ingen bleef overigens niet alleen het gezicht van de beginjaren. Vanaf 2003 keerde hij terug als eindredacteur en bepaalde hij nog ruim tien jaar mede de inhoudelijke koers van het programma. Daarmee werd hij, naast Krijn ter Braak, een van de bepalende vormgevers van het vroege Zomergasten.

Het geheim zat niet in de fragmenten
Wie oude afleveringen terugkijkt, ontdekt iets opvallends. De gekozen fragmenten waren lang niet altijd uitzonderlijk. Soms ging het om bekende televisiebeelden, soms om documentaires of speelfilms die veel kijkers al eens hadden gezien. Het geheim zat ergens anders.

George Schouten, de vaste regisseur van Zomergasten van 1994 tot en met 2008, beschrijft in zijn boek De achterkant van Zomergasten (2010) dat de centrale vraag steeds dezelfde bleef: “Waarom wil je dit laten zien?” Die eenvoudige vraag maakte televisiefragmenten tot aanleiding voor autobiografische gesprekken. Een documentaire over oorlog werd een gesprek over angst. Een scène uit een speelfilm leidde tot herinneringen aan een jeugd. Een sportwedstrijd werd een verhaal over ambitie of verlies. Daardoor ging Zomergasten uiteindelijk minder over televisie dan over de mensen die televisie bekeken.

Volgens Schouten lag daarin ook een deel van het succes. Niet alleen de uitzendingen zelf werden ieder jaar besproken, ook de keuzes van de redactie, de presentator en de gasten. De kijker werd daarmee onbedoeld onderdeel van het programma. Iedere zomer ontstond opnieuw het gesprek over wie wel of niet een geschikte Zomergast was.

Van cultuurprogramma naar instituut
In de jaren negentig groeide Zomergasten langzaam uit tot een vaste waarde op de Nederlandse televisie. Opvallend genoeg gebeurde dat zonder grote marketingcampagnes. De Nipkowjury constateerde later dat het programma in de eerste jaren nauwelijks aandacht kreeg in de pers. Geleidelijk ontstond het verschijnsel dat iedere zomer opnieuw dezelfde vragen werden gesteld: wie presenteert er dit jaar, wie zijn de gasten en hoe goed is de eerste aflevering?

Schouten beschrijft hoe Zomergasten gaandeweg uitgroeide tot een cultureel instituut. Zodra de terrassen volliepen en de zomervakantie begon, verscheen ook Zomergasten weer op televisie. Niet alleen de uitzendingen zelf, ook de gesprekken erover werden onderdeel van de Nederlandse zomer.

Hoewel het format nauwelijks veranderde, kreeg de interviewreeks telkens een andere kleur doordat de presentator wisselde. Na Peter van Ingen volgden onder andere Freek de Jonge, Wim T. Schippers, Hanneke Groenteman, Adriaan van Dis, Joost Zwagerman, Joris Luyendijk, Bas Heijne, Margriet van der Linden, Jelle Brandt Corstius, Jan Leyers en Wilfried de Jong. Ieder bracht een eigen stijl mee: journalistiek, literair, essayistisch, persoonlijk of associatief. Daarmee bleef het format herkenbaar, terwijl de toon van de gesprekken voortdurend veranderde.

Ook de gasten ontwikkelden zich mee met hun tijd. In de beginjaren waren schrijvers, kunstenaars, wetenschappers en denkers duidelijk in de meerderheid. Later kwamen daar politici, ondernemers, sporters en cabaretiers bij. Onder de gasten bevonden zich onder anderen Harry Mulisch, Jan Wolkers, Reinbert de Leeuw, Wouter Bos, Beatrice de Graaf, David Van Reybrouck en Daan Roosegaarde. Zo groeide Zomergasten uit tot een omvangrijk audiovisueel archief van gesprekken met mensen die het Nederlandse culturele, maatschappelijke en politieke debat mede vormgaven.

De vergeten maker
Een van de opmerkelijkste verhalen uit de beginperiode speelde zich af buiten de studio.

Na zijn vertrek bij de VPRO verdween de naam van Krijn ter Braak jarenlang grotendeels uit de geschiedschrijving van het programma. Tijdens het 25-jarig jubileum in 2012 leidde dat tot kritiek. Oud-zakelijk leider Johan Berends schreef daarop een ingezonden brief in de Volkskrant, waarin hij stelde dat de geschiedenis geweld werd aangedaan. Volgens hem was Ter Braak de enige bedenker en was het programma rechtstreeks voortgekomen uit diens oplossing voor het financiële probleem van de zomerprogrammering. Uiteindelijk werd zijn auteurschap opnieuw expliciet erkend met de vermelding “Naar een idee van Krijn ter Braak” in de aftiteling.

Die discussie laat zien dat ook televisiegeschiedenis voortdurend wordt herschreven. Niet alleen uitzendingen verdwijnen uit het collectieve geheugen, soms raken ook de makers op de achtergrond.

Een kwart eeuw zonder formatcrisis
Tot ongeveer 2014 gingen de meeste discussies over Zomergasten niet over het bestaansrecht van het programma, maar over de kwaliteit van afzonderlijke presentatoren, gasten en uitzendingen. Incidenten, zoals de veelbesproken uitzending met Ayaan Hirsi Ali in 2004, zorgden wel voor maatschappelijk debat, maar stelden het format zelf nauwelijks ter discussie. Integendeel: juist de ruimte voor onverwachte gesprekken en uiteenlopende perspectieven werd gezien als een van de sterke kanten van het programma.

Die brede waardering kwam tot uitdrukking toen de Nipkowjury Zomergasten in 2014 de Ere Zilveren Nipkowschijf toekende. De jury prees niet één seizoen, maar een kwart eeuw televisie waarin inhoud en vorm volgens haar op uitzonderlijke wijze samenkwamen. Daarmee werd Zomergasten officieel erkend als een blijvend onderdeel van de Nederlandse televisiecultuur.

Een programma dat zijn tijd nam
Terugkijkend zijn de beginjaren van Zomergasten opmerkelijk consistent. Het decor veranderde weinig, het uitgangspunt bleef hetzelfde en de kracht lag steeds in het langdurige gesprek. Tegelijkertijd veranderde de interviewreeks voortdurend doordat Nederland veranderde. Nieuwe generaties presentatoren brachten andere vragen mee, nieuwe gasten introduceerden nieuwe thema’s en iedere zomer kreeg het programma opnieuw betekenis in het licht van zijn tijd.

Juist doordat Zomergasten vasthield aan één gast, één avond en één gesprek, kreeg het geleidelijk de reputatie een plaats te zijn waar maatschappelijke, culturele en persoonlijke ontwikkelingen in alle rust konden worden verkend. Daarmee werd het meer dan een televisieprogramma. Het werd een jaarlijks terugkerend moment waarop Nederland de tijd nam om naar zichzelf te kijken.

Bronnen

4 reacties

Beantwoord

Zekers, en Theo Maassen, etc. Dit eerste deel gaat tot ongeveer 2014. Ben bezig met tweede deel waarin ook Janine Abbring in beeld komt.

Beantwoord

Tekst ook iets aangepast. Hoop dat het nu wat minder verwarrend is dat het eindigt bij Wilfried de Jong.

Beantwoord

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1417)
Contact