Polarisatie is een veelbesproken fenomeen in hedendaagse samenlevingen en organisaties. In zijn recent verschenen boek (De)polarisatie analyseert de Belgische filosoof en politicoloog Ivo Brughmans waarom tegenstellingen in de samenleving en in organisaties toenemen en hoe daarmee omgegaan kan worden. Het boek is geschreven tegen de achtergrond van spanningen rond thema’s als identiteit, migratie, ongelijkheid en vertrouwen in instituties. Volgens Brughmans is polarisatie geen nieuw verschijnsel, maar is de huidige vorm intensiever en minder stabiel door ontwikkelingen als globalisering, individualisering en de invloed van (sociale) media.
Polarisatie is een normaal en onvermijdelijk onderdeel van menselijk gedrag, aldus Brughmans. Mensen vormen hun identiteit door zich te verbinden met bepaalde waarden of groepen en zich tegelijkertijd af te zetten tegen andere. Polarisatie ontstaat wanneer deze identificatie exclusief wordt en er geen ruimte meer is voor andere perspectieven. Dan ontstaat wij-zij-denken en verdwijnt nuance, waardoor het gesprek vastloopt.
Brughmans maakt onderscheid tussen de zichtbare inhoud van conflicten en de onderliggende drijfveren. Aan de oppervlakte lijken conflicten te gaan over standpunten, bijvoorbeeld politieke overtuigingen of maatschappelijke kwesties. Daaronder spelen vaak basale behoeften, zoals erkenning, veiligheid, controle en gehoord worden. Dit illustreert hij onder meer met het voorbeeld van Amerikaanse Trump-aanhangers die overtuigd blijven van verkiezingsfraude. Feiten of tegenargumenten veranderen hun standpunt nauwelijks, omdat het conflict in wezen draait om het gevoel niet gehoord te worden.
Een belangrijk onderscheid in het boek is dat tussen conflict en polarisatie. Conflicten gaan over concrete, inhoudelijke vraagstukken en zijn in principe oplosbaar via overleg, compromis of besluitvorming. Polarisatie gaat daarentegen over diepere, vaak impliciete gevoelens en identiteiten. Het onderwerp van het conflict fungeert dan als drager van onderliggende spanningen. Een conflict verschuift naar polarisatie wanneer partijen zich steeds sterker identificeren met hun standpunt, andere perspectieven uitsluiten en kritiek ervaren als een aanval op hun identiteit.
De vraag verandert dan van ‘wat is de oplossing?’ naar ‘wie hoort bij ons en wie niet?’. Omgekeerd kan polarisatie weer worden teruggebracht tot een hanteerbaar conflict wanneer er ruimte ontstaat voor erkenning van onderliggende behoeften en wanneer mensen elkaar weer als individu zien in plaats van als vertegenwoordiger van een kamp. Hoewel Brughmans zelf niet verwijst naar specifieke conflictmodellen, sluit deze benadering aan bij inzichten uit de literatuur over conflictcompetentie, waarin het schakelen tussen inhoud en relatie centraal staat.
Brughmans beschrijft polarisatie als een proces dat zichzelf versterkt. Groepen bewegen steeds verder uit elkaar doordat zij elkaar nodig hebben om hun eigen identiteit te bevestigen. Deze dynamiek wordt versterkt door maatschappelijke ontwikkelingen zoals het wegvallen van traditionele verbanden, globalisering en de rol van media, die conflicten uitvergroten en informatiebubbels versterken. Ook factoren als onzekerheid en een gevoel van machteloosheid spelen hierbij een rol.
In zijn benadering sluit Brughmans aan bij twee invloedrijke denkkaders: Polarity Thinking van Barry Johnson en het polarisatiemodel van Bart Brandsma. Van Johnson neemt hij het onderscheid over tussen problemen die opgelost kunnen worden en polariteiten die blijvend gemanaged moeten worden, omdat beide polen noodzakelijk zijn. Brughmans past dit toe op polarisatie door te laten zien dat tegenstellingen zoals vrijheid en veiligheid niet gekozen moeten worden, maar in balans moeten worden gehouden. Polarisatie ontstaat wanneer mensen zich uitsluitend met één pool identificeren en de onderlinge afhankelijkheid uit beeld raakt. In dat kader is ook Johnsons polarity map, vaak weergegeven als een lemniscaat, relevant. Dit model laat zien dat beide polen zowel voordelen als nadelen hebben en dat effectief handelen vraagt om voortdurend bewegen tussen deze polen, in plaats van het maximaliseren van één kant.

Aanvullend gebruikt hij het werk van Bart Brandsma om de sociale dynamiek van polarisatie te duiden. Brughmans verwijst naar Brandsma’s rolverdeling tussen pushers, joiners en het stille midden. Dit model verklaart waarom polarisatie zichzelf kan versterken: sommige actoren hebben belang bij het vergroten van tegenstellingen, terwijl het midden vaak minder zichtbaar is maar juist ruimte biedt voor verbinding. Tegelijk sluit hij aan bij Brandsma’s idee dat polarisatie vaak wordt gedreven door vergelijkbare onderliggende behoeften, zoals erkenning en veiligheid. Brughmans nuanceert dit door te stellen dat zowel gedeelde behoeften als reële verschillen in waarden een rol spelen.
Deze inzichten komen samen in zijn ‘paradoxale perspectief’, een benadering die hij eerder uitwerkte in zijn boek Paradoxaal leiderschap. In plaats van te kiezen tussen twee opties gaat het om het combineren van ogenschijnlijk tegengestelde waarden, zoals individuele verantwoordelijkheid en solidariteit. Hiermee verbindt Brughmans het denken van Johnson en Brandsma met een bredere analyse van identiteitsvorming, leiderschap en maatschappelijke dynamiek.
Het boek biedt ook handelingsperspectieven. Brughmans benadrukt het belang van zelfreflectie, omdat individuen zelf onderdeel zijn van polarisatieprocessen. Daarnaast pleit hij voor gesprekken op basis van vragen en nieuwsgierigheid in plaats van argumentatie. Op organisatieniveau wijst hij op de rol van leiderschap in het faciliteren van dialoog en op beleidsniveau op het versterken van samenhang en het voorkomen dat beleid polarisatie onbedoeld vergroot.
De belangrijkste conclusie is dat polarisatie niet kan worden weggenomen, maar wel hanteerbaar gemaakt. Dit vraagt om inzicht in de onderliggende dynamiek en het vermogen om met spanningen om te gaan zonder dat deze escaleren. Verbinding ontstaat wanneer mensen elkaar blijven zien als personen met meerdere, soms tegenstrijdige drijfveren.
(De)polarisatie laat zien dat wat wij als conflict zien vaak een dieper spanningsveld is. Voortbouwend op Johnsons Polarity Thinking en Brandsma’s polarisatiedynamiek, en geworteld in Brughmans’ eigen werk over paradoxaal leiderschap, pleit het boek voor een actuele benadering waarin tegenstellingen niet worden opgelost maar bewust in balans worden gebracht. Zo laat hij bijvoorbeeld zien dat discussies over migratie in Europa vaak niet draaien om feiten, maar om onderliggende gevoelens van veiligheid en erkenning, waardoor het echte werk niet zit in overtuigen, maar in het zichtbaar maken en verbinden van die belangen. Een boek dat helpt om minder snel partij te kiezen en beter te begrijpen wat er werkelijk speelt. Wat mij betreft een aanrader!
Bronnen
- Brughmans, I. (2026). (De)polarisatie: Een paradoxale aanpak voor samenleving en organisatie. Boom.
- Brughmans, I. (2016). Paradoxaal leiderschap: Soepel schakelen tussen tegenpolen. Boom.
- Brandsma, B. (2016). Polarisatie: Inzicht in de dynamiek van wij-zij-denken. BB in Media.
- Johnson, B. (1996). Polarity management: Identifying and managing unsolvable problems. HRD Press.
- Derksen, M. (2024, 2 september). Polarisatie volgens Bart Brandsma.
- Derksen, M. (2025, 1 maart). Werken in netwerken en conflictcompetentie.
- Derksen, M. (2026, 26 februari). Van inzicht naar meesterschap in polarisatie.
- Derksen, M. (2026, 29 april). Polarity Thinking van Barry Johnson.