In mijn nieuwsbrief “Waarom de overheid vastloopt in haar eigen systemen” van afgelopen week kom ik op basis van recente publicaties tot de conclusie dat de oorzaken van maatschappelijke problemen inmiddels wel bekend zijn, maar dat de manier waarop organisaties, wetgeving, uitvoering, digitalisering en bestuurlijke verantwoording zijn ingericht het moeilijk maakt om op basis van dat inzicht daadwerkelijk anders te handelen.
De ruim honderd reacties op de nieuwsbrief bevestigden dat beeld. Vrijwel niemand betwistte de diagnose. De discussie ging veel meer over de vraag waarom het verandervermogen vastloopt. Sommigen wezen op politieke en bestuurlijke prikkels, anderen op institutionele structuren, systeemdynamiek, organisatiecultuur, leiderschap of het ontbreken van ruimte om te experimenteren. Opvallend was dat deze verklaringen elkaar nauwelijks tegenspraken.
Vanuit die vraag heb ik geprobeerd een samenhangend kader te schetsen dat deze perspectieven met elkaar verbindt en zou kunnen helpen om gedeelde inzichten daadwerkelijk om te zetten in duurzame verandering. Het is een concept framework voor transformatie geworden dat een geïntegreerd kennis- en handelingskader moet worden voor duurzame transformatie van organisaties en netwerken. Ben benieuwd wat jullie er van vinden en hoor en lees graag jullie feedback.
Het vertrekpunt is steeds een maatschappelijke opgave. Vraagstukken zoals klimaatadaptatie, woningbouw, bestaanszekerheid, digitalisering, gezondheid of de energietransitie laten zich niet oplossen door één organisatie of discipline. Zij kenmerken zich door onderlinge afhankelijkheden, uiteenlopende belangen en onzekerheid. Bovendien blijkt uit onderzoek dat ook de manier waarop een opgave wordt gedefinieerd onderdeel is van het veranderproces. Verschillende actoren kunnen dezelfde werkelijkheid immers vanuit verschillende waarden, belangen en ervaringen interpreteren. Het gezamenlijk onderzoeken van die perspectieven vormt daarom het begin van transformatie.
Om nieuwe perspectieven te ontwikkelen onderscheid ik vier leerwijzen voor perspectiefverandering:
- Wetenschap levert nieuwe kennis, maakt patronen zichtbaar en helpt bestaande aannames te onderzoeken.
- Kunst helpt mensen anders waar te nemen, vertraagt oordelen en opent nieuwe manieren van kijken.
- Cultuur maakt zichtbaar welke waarden, overtuigingen en vanzelfsprekendheden ons denken sturen.
- Natuur laat zien hoe complexe systemen omgaan met diversiteit, samenwerking, feedback en adaptatie.
Samen verrijken deze vier perspectieven het vermogen van organisaties om complexe vraagstukken vanuit meerdere invalshoeken te begrijpen.
Deze perspectieven kunnen helpen in een continue leer- en verbetercyclus, bestaande uit vier fasen:
- In perceive staat zorgvuldig waarnemen centraal. Organisaties onderzoeken wat zichtbaar is, welke signalen worden gemist, welke aannames de waarneming beïnvloeden en welke perspectieven ontbreken. De ervaringen rond de toeslagenaffaire, de problemen bij de uitvoering van de WIA en andere maatschappelijke dossiers laten zien dat signalen vaak al jaren aanwezig zijn, maar binnen bestaande institutionele patronen onvoldoende worden opgepakt. Niet het ontbreken van informatie blijkt het grootste probleem, maar het vermogen om gezamenlijk andere patronen te herkennen.
- In perspective worden waarnemingen gezamenlijk geïnterpreteerd. Bestaande mentale modellen worden onderzocht, verschillende perspectieven met elkaar verbonden en nieuwe handelingsmogelijkheden verkend. Organisaties leren niet alleen nieuwe informatie verzamelen, maar vooral anders betekenis geven aan complexe situaties.
- In practice worden inzichten vertaald naar experimenten in de praktijk. Nieuwe werkwijzen worden kleinschalig uitgeprobeerd, geëvalueerd en aangepast. Opvallend genoeg kwam juist dit punt ook nadrukkelijk terug in de reacties op de nieuwsbrief. Veel deelnemers gaven aan dat er inmiddels voldoende analyses beschikbaar zijn en dat de volgende stap vooral ligt in het creëren van ruimte voor concrete experimenten, professionele afwegingen en gezamenlijk leren.
- In pattern worden succesvolle werkwijzen duurzaam verankerd in processen, structuren, rollen, samenwerking, cultuur en governance. Pas wanneer nieuwe routines onderdeel worden van het dagelijks handelen ontstaat duurzame verandering. Daarmee verschuift de aandacht van tijdelijke projecten naar de ontwikkeling van blijvend institutioneel en maatschappelijk handelingsvermogen.
Voorwaarden die leren en verandering mogelijk maken zijn zaken als psychologische veiligheid, vetrouwen en relaties, dialoog en betekenisgeving, diversiteit en inclusie, tijd en ruimte, leiderschap, etc.
Verder vindt leer- en verbetercyclus nooit plaats los van haar omgeving. Daarom maakt het framework expliciet zichtbaar dat maatschappelijke en institutionele context iedere fase beïnvloeden. Macht en belangen, wet- en regelgeving, economie, technologie, politiek, cultuur, emoties en tijd bepalen mede welke veranderingen mogelijk zijn en welke patronen zich blijven herhalen. Tegelijk vraagt duurzaam leren om voorwaarden zoals psychologische veiligheid, vertrouwen, dialoog, diversiteit, tijd voor reflectie, ruimte om te experimenteren, netwerkleren, gedeelde waarden en een lerende vorm van leiderschap.
Het framework wordt inhoudelijk ondersteund door vijf complementaire wetenschappelijke perspectieven op leren en veranderen. Organisatie- en transformatief leren laat zien hoe mensen en organisaties onderliggende aannames kunnen onderzoeken en veranderen. Betekenisgeving en psychologische veiligheid verklaren hoe mensen gezamenlijk betekenis geven aan complexe situaties en waarom een veilige leeromgeving daarvoor noodzakelijk is. Complexiteit, systeemdenken en adaptief leiderschap bieden handvatten voor vraagstukken waarvoor geen lineaire oplossingen bestaan. Participatieve en ontwerpgerichte verandering benadrukt het belang van gezamenlijk ontwerpen, experimenteren en verbeteren. Toekomstgericht leren helpt organisaties verschillende mogelijke toekomsten te verkennen en daarop te anticiperen.
De waarde van het framework ligt niet in het introduceren van een nieuwe verandermethode, maar in het verbinden van bestaande wetenschappelijke inzichten tot één samenhangend kennis- en handelingskader. De analyses uit de nieuwsbrief en de daaropvolgende maatschappelijke discussie laten zien dat de diagnose van complexe organisatievraagstukken inmiddels grotendeels wordt gedeeld. De uitdaging verschuift daarmee van probleemanalysenaar collectief verandervermogen: het vermogen om gezamenlijk anders waar te nemen, betekenis te geven, te experimenteren en nieuwe werkwijzen duurzaam te verankeren.
Het framework biedt daarvoor een samenhangende structuur. Het helpt organisaties en netwerken om maatschappelijke opgaven vanuit meerdere perspectieven te onderzoeken, inzichten te vertalen naar gezamenlijk handelen en verandering duurzaam te verankeren in de praktijk. Daarmee vormt het geen blauwdruk voor verandering, maar een geïntegreerd kennis- en handelingskader dat organisaties ondersteunt bij het ontwikkelen van het leer- en verandervermogen dat nodig is om complexe maatschappelijke opgaven blijvend het hoofd te bieden.
Suggesties voor verdieping
- Argyris, C., & Schön, D. A. (1978). Organizational Learning: A Theory of Action Perspective. Addison-Wesley.
- Edmondson, A. C. (2018). The Fearless Organization: Creating Psychological Safety in the Workplace for Learning, Innovation, and Growth. Wiley.
- Heifetz, R. A., Grashow, A., & Linsky, M. (2009). The Practice of Adaptive Leadership. Harvard Business Press.
- Meadows, D. H. (2008). Thinking in Systems. Chelsea Green.
- Mezirow, J. (1991). Transformative Dimensions of Adult Learning. Jossey-Bass.
- Senge, P. M. (2006). The Fifth Discipline (Rev. ed.). Doubleday.
- Snowden, D. J., & Boone, M. E. (2007). A Leader’s Framework for Decision Making. Harvard Business Review, 85(11), 68-76.
- Weick, K. E. (1995). Sensemaking in Organizations. Sage Publications.
1 reactie
Los van dat het probleem niet is dat het probleem niet duidelijk is (er geen probleemanalyse nodig is), is volgens mij het probleem evenmin dat we niet weten hoe we het moeten oplossen (welke stappen in het veranderingsproces/transformatieproces gezet moeten worden, althans de kennis daarover is in principe beschikbaar, al beschikken te weinig mensen met macht/invloed daadwerkelijk over de benodigde vaardigheden).
De uitdaging is vooral dat we het moeten doen: minstens één iemand met macht/invloed het lef moet hebben om het transformatieproces te initiëren en actief blijft begeleiden. En dat is het werkelijke probleem: er zijn zowel in de politiek, ambtenarij, bedrijfsleven, publieke en non-profit organisaties zijn er te weinig inspirators, trekkers en sponsors van het transformatieproces en evenmin ‘change agents’.
Meer (wetenschappelijke) kennis over het transformatieproces (en een framework voor transformatie – hoewel interessant en er altijd iets van geleerd kan worden en het altijd waarde heeft) gaat dus weinig helpen om tot de transformatie te komen, omdat een mentaliteits-, cultuur- en/of gedragsverandering vereist is.