Blog:

Waarom meer zorg niet automatisch tot meer gezondheid leidt

door Marco Derksen op 24 april 2026

De discussie over de rol van ziekenhuizen in onze gezondheid staat centraal in het boek ‘Hoe gezond is het ziekenhuis eigenlijk‘ van chirurg en hoogleraar Schelto Kruijff. Vanuit zijn ervaring in zowel Nederlandse ziekenhuizen als in Malawi schetst hij een breder perspectief op de gezondheidszorg. Waar ziekenhuizen vaak worden gezien als de motor achter een langere levensverwachting, plaatst Kruijff dit beeld in historisch perspectief. Hij wijst erop dat grote gezondheidswinsten al zichtbaar waren vóór veel medische doorbraken, vooral door verbeteringen in hygiëne, voeding, huisvesting en onderwijs.

Een eerste korte reflectie op basis van zijn recente interview in NRC en een TEDx-talk:


De kern van zijn betoog is dat de bijdrage van de zorg aan de totale gezondheid beperkt is, terwijl andere factoren zwaarder wegen. Hij verwijst daarbij naar schattingen uit onderzoek waarin medische zorg ongeveer 11 procent van de gezondheidsuitkomsten verklaart, een cijfer dat ook in bredere literatuur terugkomt binnen een bandbreedte van circa 10 tot 20 procent. Tegelijkertijd laat hij zien dat ziekenhuizen niet alleen gezondheid produceren, maar ook kunnen bijdragen aan schade. Zo stelt hij dat de zorgsector een aanzienlijke CO₂-uitstoot heeft, volgens hem zelfs groter dan die van de luchtvaartsector, en wijst hij op de hoeveelheid afval en medicijnresten die in het milieu terechtkomen.

Kruijff illustreert deze spanning met concrete voorbeelden uit de praktijk. Hij beschrijft hoe patiënten met chronische aandoeningen, zoals nierfalen, sterk kunnen profiteren van medische ingrepen, terwijl het aantal patiënten in de praktijk blijft toenemen. Volgens hem hangt dit mede samen met leefstijl en voedingspatronen. Ook benoemt hij de inzet van medicijnen tegen obesitas, terwijl onderliggende oorzaken, zoals voeding en beweging, minder worden aangepakt. In de zorg voor ouderen ziet hij dat veel behandelingen in de laatste levensjaren plaatsvinden, vaak met beperkte winst in kwaliteit van leven. In gesprekken met patiënten leidt betere informatie volgens hem regelmatig tot de keuze om van verdere behandeling af te zien.

Een belangrijk element in zijn analyse is de zogenoemde ‘healthcare paradox’: terwijl artsen individuele patiënten behandelen, kan het zorgsysteem als geheel bijdragen aan bredere gezondheidsproblemen, bijvoorbeeld via milieu-impact. Deze spanning roept volgens hem de vraag op of de huidige inrichting van de zorg nog houdbaar is. De verwachting dat ziekenhuizen vrijwel alle gezondheidsproblemen kunnen oplossen, noemt hij een misvatting die preventie en maatschappelijke maatregelen naar de achtergrond drukt.

Deze visie sluit aan bij een bredere internationale literatuur over volksgezondheid, waarin wordt benadrukt dat gezondheid door meerdere factoren wordt bepaald. Schattingen plaatsen de bijdrage van de gezondheidszorg doorgaans tussen de 10 en 20 procent. Meer gedetailleerde modellen verdelen gezondheid bijvoorbeeld in ongeveer 36 procent gedrag, 24 procent sociale omstandigheden, 22 procent genetische factoren, 11 procent medische zorg en 7 procent fysieke omgeving. Deze verdeling is gebaseerd op het combineren van verschillende studies met uiteenlopende definities en methoden en moet daarom worden gelezen als een benadering in plaats van een exact meetbaar aandeel. Ze maakt wel duidelijk dat het grootste deel van gezondheid buiten het zorgsysteem ontstaat. Historische beleidsdocumenten zoals het Lalonde-rapport (1974) en het Ottawa Charter (1986) onderstrepen dit al langer door te wijzen op het belang van leefomgeving, onderwijs, inkomen en sociale rechtvaardigheid. Ook wordt in de literatuur gewezen op de impact van milieuvervuiling op gezondheid, die wereldwijd met een aanzienlijk aandeel in sterfte in verband wordt gebracht.

Een belangrijke conclusie in het werk van Kruijff is dat gezondheid vooral buiten het ziekenhuis wordt gemaakt. Dat impliceert een verschuiving van behandelen naar voorkomen. Kruijff pleit voor investeringen in gezonde leefomgevingen, zoals beter voedselbeleid, meer beweging en schonere lucht en water. Daarnaast bepleit hij een kritischer houding ten opzichte van medische interventies, vooral bij kwetsbare en oudere patiënten, en meer aandacht voor gesprekken over het levenseinde. Ook ziet hij een rol voor de zorgsector zelf in het verminderen van de eigen milieu-impact en in het agenderen van gezondheidsrisico’s in andere sectoren.

In reflectie laat Kruijff zien dat de geneeskunde zich op een kantelpunt bevindt. Het vraagt om een herdefinitie van wat goede zorg is: niet alleen gericht op het verlengen van leven, maar ook op het voorkomen van ziekte en het behouden van kwaliteit van leven. Daarmee verschuift de rol van de arts deels van behandelaar naar maatschappelijke actor, die niet alleen in het ziekenhuis, maar ook daarbuiten verantwoordelijkheid draagt voor gezondheid.

Bronnen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1379)
Contact