Shopify’s AI-memo

door Marco Derksen op 26 april 2025

Het Canadese Shopify, een wereldwijd e-commerceplatform waarmee ondernemers eenvoudig online en fysiek producten kunnen verkopen, heeft onlangs een interne memo (pdf) gepubliceerd waarin CEO Tobi Lütke aankondigde dat het effectief inzetten van kunstmatige intelligentie voortaan een basisverwachting is voor alle ruim 8.000 medewerkers.

De aanleiding was dat de memo dreigde te lekken en mogelijk uit zijn context zou worden gehaald. Door het document zelf openbaar te maken, hield Lütke de regie over het verhaal. De reactie op zijn boodschap liet niet lang op zich wachten. Sommigen prezen de helderheid en voortvarendheid waarmee Shopify AI integraal onderdeel maakt van de organisatie. Anderen uitten zorgen over de implicaties voor medewerkers en de bedrijfscultuur.

De boodschap van de memo is helder maar ingrijpend en veelzeggend: AI is niet langer optioneel. Binnen Shopify wordt van iedereen verwacht dat zij AI gebruiken als denkpartner, onderzoeker, criticus en uitvoerend assistent. AI-gebruik wordt meegenomen in prestatiebeoordelingen, en teams die extra capaciteit vragen, moeten eerst aantonen waarom AI hun doelen niet kan realiseren. Shopify heeft zijn infrastructuur hierop ingericht. Er zijn interne tools zoals chat.shopify.io, Copilot en Cursor beschikbaar, en medewerkers worden actief aangemoedigd om hun ervaringen met AI te delen in Slack-kanalen en maandelijkse reviews.

De memo werd in brede kring omarmd door techleiders zoals Reid Hoffman, medeoprichter van LinkedIn, die het in een podcast een voorbeeld noemde van hoe moderne organisaties AI zouden moeten omarmen. Tijdens de lancering van zijn boek Superagency eerder dit jaar, onderscheidde Hoffman vier typen houdingen tegenover AI: de doomers die AI als existentiële bedreiging zien, de gloomers die vooral gevaren en werkloosheid verwachten, de zoomers die ongebreideld inzetten op technologische versnelling, en de bloomers die met voorzichtig optimisme vooruitgang en waakzaamheid proberen te combineren.

Ook onder analisten groeit het inzicht dat AI niet langer een experiment is, maar een kernonderdeel van de bedrijfsvoering wordt. Toch komen er ook steeds meer kritische geluiden. De nadruk op verplichte AI-integratie laat weinig ruimte voor medewerkers die een ander leer- of werktempo nodig hebben. De koppeling van AI-gebruik aan beoordeling kan extra werkdruk creëren en het risico vergroten dat technologie belangrijker wordt dan vakmanschap en menselijke intuïtie. Bovendien ontbreekt in de memo een expliciete reflectie op ethische dilemma’s zoals bias, transparantie en de grenzen aan machinebesluitvorming.

Shopify’s memo laat zien dat het bedrijf zich strategisch richting een AI-native organisatie beweegt. Dit kan innovatie en concurrentiekracht vergroten, maar legt tegelijkertijd de verantwoordelijkheid volledig bij de medewerker, zonder stil te staan bij bredere menselijke en maatschappelijke effecten. De echte uitdaging voor Shopify zal zijn om niet alleen technologisch leidend te blijven, maar ook ruimte te houden voor menselijke maat, reflectie en zorgvuldigheid in een steeds snellere werkomgeving.

De memo roept wat mij betreft een aantal fundamentele vragen op. Gaan organisaties uit van technologie of van de mens als vertrekpunt? Wordt ethische reflectie integraal meegenomen in innovatiestrategieën, of blijft het een bijzaak? Krijgen medewerkers werkelijke autonomie in hun omgang met AI, of ontstaat impliciete dwang? En hoe voorkomen we dat een digitale kloof ontstaat tussen snelle adapters en medewerkers die moeite hebben met het tempo van verandering?

De meest essentiële vraag die deze ontwikkeling oproept, is of we organisaties bouwen waarin mensen technologie dienen, of waarin technologie mensen dient. Nu AI zich steeds meer ontwikkelt tot de katalysator van de digitale transformatie of vierde industriële revolutie, wordt deze keuze geen kwestie van smaak meer, maar een strategische noodzaak.

Kijken we richting 2030, dan zie ik grofweg twee mogelijke toekomstbeelden:

In het positieve scenario gebruiken organisaties AI om de menselijke creativiteit, het vakmanschap en het oordeelsvermogen te versterken. Technologie neemt routinetaken over, waardoor mensen meer ruimte krijgen om te reflecteren, te leren en waarde toe te voegen waar machines tekortschieten. Bedrijven investeren in digitale wijsheid en ethisch bewustzijn en worden aantrekkelijker als werkgever. AI wordt in deze wereld een bondgenoot voor betekenisvol werk.

In het negatieve scenario wordt AI vooral ingezet om productiviteit op te voeren en kosten te besparen. Technologiegebruik wordt verplicht, zonder aandacht voor menselijke verschillen of ethische grenzen. Werk wordt gefragmenteerd, menselijke intuïtie verdwijnt naar de achtergrond, en burn-out en uitstroom nemen toe. Organisaties die deze koers volgen, verliezen hun aantrekkingskracht, ondermijnen vertrouwen en stagneren in innovatie. In plaats van technologie die mensen versterkt, ontstaat een wereld waarin mensen zich aanpassen aan de logica van machines.

Welke van deze werelden werkelijkheid wordt, hangt niet af van de technologie zelf. Het hangt af van de keuzes die we nú maken.

1 reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1395)
Contact