Transformatie in de gezondheidszorg

door Marco Derksen op 4 april 2026

De podcast In Transformatie Therapie onderzoekt waarom maatschappelijke veranderingen vaak vastlopen, ondanks brede aandacht en vele initiatieven. In elke aflevering wordt een sector besproken om onderliggende patronen zichtbaar te maken. De hosts zijn Arre Zuurmond, voormalig ombudsman en initiatiefnemer van het Professionals Bevrijdings-front, en Wouter Welling van Digicampus.

In de tweede aflevering van de podcast spreken zij met Otwin van Dijk, bestuursvoorzitter van het Slingeland Ziekenhuis en voormalig politicus met ruime ervaring in het zorgdomein.

Centraal in het gesprek staat de vraag waarom transformatie in de gezondheidszorg moeizaam verloopt. Van Dijk stelt dat het huidige zorgstelsel verkeerd is ingericht, omdat financiële prikkels vooral gericht zijn op productie: het aantal behandelingen bepaalt de inkomsten. Dit leidt ertoe dat ziekenhuizen worden beloond voor verrichtingen, niet voor het voorkomen van zorg. Volgens hem ontstaat daardoor een systeem dat ‘achter het probleem’ opereert: het reageert op ziekte in plaats van die te voorkomen.

Een voorbeeld dat dit illustreert, is prehabilitatie, waarbij patiënten zich voorafgaand aan een operatie fysiek voorbereiden, met begeleiding op het gebied van voeding en beweging. Deze aanpak hangt samen met minder complicaties en kortere opnames, soms zelfs met een halvering van het aantal ligdagen. Toch wordt dit type interventie niet structureel beloond binnen het huidige financieringssysteem, waardoor ziekenhuizen financieel nadeel kunnen ondervinden als zij hierop inzetten.

Van Dijk vergelijkt de zorg met de brandweer. Waar de brandweer wordt gefinancierd op basis van beschikbaarheid en preventie, zoals brandveiligheidsnormen en rookmelders, wordt de zorg betaald per ‘uitruk’. Deze vergelijking laat zien hoe prikkels gedrag sturen: als betaling gekoppeld is aan activiteit, ontstaat meer activiteit.

Daarnaast benadrukt hij dat veel gezondheidsproblemen hun oorsprong hebben buiten het medische domein, bijvoorbeeld in stress, schulden of eenzaamheid. Het behandelen van deze problemen binnen het ziekenhuis kan leiden tot hogere kosten, zonder dat de oorzaak wordt aangepakt. Onderzoek en praktijkervaring suggereren dat sociale factoren een belangrijke rol spelen in zorggebruik, al worden in de podcast geen specifieke bronnen genoemd.

Internationale voorbeelden
In het gesprek worden een aantal internationale voorbeelden aangehaald om alternatieven te illustreren. In IJsland bijvoorbeeld, is via het zogeheten Icelandic Prevention Model een langdurige, datagedreven preventieaanpak ontwikkeld, gebaseerd op samenwerking tussen overheid, wetenschap en lokale gemeenschappen. Deze IJslandse aanpak heeft in een een periode van ongeveer twee decennia geleid tot een sterke daling van middelengebruik onder jongeren, zoals roken en het gebruik van alcohol en cannabis.

Een tweede internationaal voorbeeld dat wordt genoemd, komt uit Denemarken, waar wordt gewerkt met het principe van ‘re-ablement’. Daarbij worden ouderen ondersteund om vaardigheden opnieuw aan te leren en zo langer zelfstandig te blijven. Deze aanpak, ook wel ‘everyday rehabilitation’ genoemd, is gericht op het versterken van zelfredzaamheid en het verminderen van afhankelijkheid van langdurige zorg. Beleidsdocumenten beschrijven dat het doel van ouderenzorg verschuift van zorgen vóór mensen naar het mogelijk maken dat mensen voor zichzelf kunnen zorgen. De specifieke formulering uit de podcast, waarin een directe daling van thuiszorggebruik na bijvoorbeeld het overlijden van een partner wordt gesuggereerd, is in de literatuur niet als zodanig teruggevonden, maar past wel binnen deze bredere beleidsrichting.

In het gesprek wordt ook gesteld dat landen als Denemarken vergelijkbare kwaliteit van zorg leveren tegen 30 tot 40 procent lagere kosten. In beschikbare internationale vergelijkingen zijn echter geen eenduidige bronnen gevonden die deze specifieke percentageclaim bevestigen. Wat wel uit de literatuur naar voren komt, is dat zowel Nederland als Denemarken relatief hoge zorguitgaven hebben, rond de 10% van het bbp, en goed scoren op kwaliteit en toegankelijkheid. Het verschil lijkt dus eerder te liggen in de inrichting en sturing van het systeem dan in een grote, generieke kostenkloof.

Cultuur en systeemlogica
Volgens Van Dijk ligt de kern van het probleem in de zorg niet alleen in beleid, maar in de onderliggende systeemlogica. Aanpassingen blijven vaak beperkt tot intenties, terwijl de financiering en prikkels grotendeels ongewijzigd blijven.

Daarnaast speelt cultuur een rol. Binnen de Nederlandse overheid is decennialang gewerkt volgens principes van new public management, met nadruk op efficiëntie, verantwoording en meetbare prestaties. Dit lijkt invloed te hebben gehad op gedrag en werkwijzen binnen sectoren zoals zorg en politie, waar protocollen en administratieve lasten een dominante rol zijn gaan spelen.

Hoewel langetermijndenken schaars is, zijn er wel voorbeelden binnen Nederland, zoals de aanpak in Rotterdam-Zuid, waar met een meerjarige strategie wordt gewerkt. Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat dit soort initiatieven moeizaam standhouden door politieke druk, financieringsstructuren en de neiging om op korte termijn te sturen.

Digitalisering in de zorg
Digitalisering komt in het gesprek kort naar voren als een belangrijk, maar onderbenut onderdeel van het systeem. De digitale infrastructuur in de Nederlandse zorg is versnipperd, doordat verschillende systemen onvoldoende op elkaar aansluiten. Dit bemoeilijkt gegevensuitwisseling en leidt tot extra administratieve handelingen.

Een belangrijke verklaring hiervoor ligt in wat in het gesprek wordt aangeduid als een ‘collectief trauma’ rond het elektronisch patiëntendossier (EPD). De politieke afwijzing van een landelijk EPD begin jaren 2010 heeft geleid tot terughoudendheid ten aanzien van centrale digitale oplossingen. Dit heeft bijgedragen aan een situatie waarin standaardisatie ontbreekt en systemen moeilijk met elkaar communiceren.

In andere landen wordt vaker gewerkt met een meer uniforme digitale infrastructuur, wat samenwerking kan ondersteunen. Tegelijkertijd maakt het gesprek duidelijk dat digitalisering geen oplossing op zichzelf is. Technologie kan processen verbeteren, maar verandert het systeem niet fundamenteel zolang de onderliggende prikkels gelijk blijven.

De centrale conclusie uit het gesprek is dat transformatie in de zorg vraagt om een combinatie van systeemverandering en gedragsverandering. Het aanpassen van financiële prikkels richting preventie en passende zorg is noodzakelijk, maar niet voldoende. Er is ook een verschuiving nodig in hoe overheid, professionals en burgers hun rol zien.

Bronnen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1395)
Contact