In zijn recente boek Absolute democratie onderzoekt Ilja Leonard Pfeijffer hoe democratische systemen onder druk staan. Eerder schreef ik al over de stille verschuiving van de democratie zoals Pfeijffer die ziet. Mede naar aanleiding van mijn blog over Lady Liberty in chains, ga ik in deze blog specifiek in op een van de centrale lijnen in zijn analyse: de rol van informatie, media en kennis in het functioneren van democratie.
Democratie verandert volgens Pfeijffer niet abrupt, maar geleidelijk, via kleine institutionele verschuivingen die vaak onopgemerkt blijven. Deze ontwikkeling wordt versterkt door populisme, dat zich presenteert als de exclusieve vertolking van de volkswil en daarmee instituties relativeert, door economische ongelijkheid die politieke invloed kan scheeftrekken en door een informatieomgeving waarin waarheid kan fragmenteren en onderwerp wordt van strategisch gebruik. Politieke actoren kunnen bovendien prikkels hebben om problemen zichtbaar te houden in plaats van ze op te lossen. Democratie blijkt daardoor kwetsbaar: zonder betrokken burgers, gedeelde feiten en vertrouwen in instituties kan zij van binnenuit worden uitgehold.
Pfeijffer laat zien dat informatie, media en kennis geen neutrale achtergrond vormen van democratie, maar een voorwaarde zijn voor haar functioneren. Democratie veronderstelt dat burgers zich een oordeel kunnen vormen op basis van gedeelde feiten en betrouwbare informatie. Wanneer die basis onder druk komt te staan door politieke actoren, mediaplatforms en bredere informatieprocessen, verandert niet alleen het debat, maar ook de werking van het politieke systeem zelf.
In de hoofdstukken over media en waarheid, beschrijft Pfeijffer hoe politieke actoren invloed uitoefenen op de informatievoorziening. Hij laat zien hoe regeringen mediakanalen kunnen sturen via financiering, benoemingen of toegang tot informatie. Een voorbeeld is het vervangen of marginaliseren van kritische journalisten, waardoor de journalistieke controle op macht afneemt. Dit heeft een structureel effect: na verloop van tijd ontstaat een situatie waarin kritische berichtgeving minder vanzelfsprekend wordt en burgers minder zicht hebben op politieke besluitvorming.
Daarnaast beschrijft hij hoe digitale media en algoritmische selectie bijdragen aan een gefragmenteerde informatieomgeving. Burgers krijgen via platformlogica steeds vaker informatie te zien die aansluit bij hun bestaande overtuigingen. Hierdoor ontstaan gescheiden informatiesferen waarin groepen verschillende versies van de werkelijkheid ervaren. Het gevolg is dat publieke discussie minder gebaseerd is op gedeelde feiten en meer op botsende overtuigingen. Deze fragmentatie werkt door in de tijd: het wantrouwen tussen groepen neemt toe en het wordt moeilijker om gezamenlijk tot besluitvorming te komen.
In hetzelfde kader bespreekt hij de verschuiving waarbij feiten en meningen door elkaar gaan lopen. Kennis en expertise kunnen aan gezag verliezen wanneer ze worden gepresenteerd als slechts een van de vele mogelijke perspectieven. Dit wordt versterkt door politieke retoriek die experts en kennisinstituties als partijdig of elitair neerzet. Een concreet gevolg is dat beleidsvorming minder gebaseerd raakt op onderbouwde kennis en meer op overtuigingen of emoties. Op langere termijn ondermijnt dit het vermogen van democratische systemen om complexe problemen effectief aan te pakken.
Pfeijffer laat ook zien hoe beeldvorming en framing een centrale rol spelen in politieke processen. De manier waarop een probleem wordt gepresenteerd, bepaalt niet alleen hoe het wordt begrepen, maar ook welke beleidsopties als legitiem worden gezien. Zo kan migratie worden voorgesteld als een acute crisis of als een structureel economisch vraagstuk. Deze framing heeft blijvende effecten: eenmaal gevestigde beelden sturen niet alleen het publieke debat, maar ook toekomstig beleid.
Tot slot wijst hij op het strategisch gebruik van informatie in de politiek. Problemen kunnen worden uitvergroot of in stand gehouden omdat ze politieke mobilisatie opleveren. Dit leidt tot een terugkerend patroon waarin problemen zichtbaar blijven zonder structureel te worden opgelost. De impact hiervan is cumulatief: het vertrouwen in de politiek neemt af, terwijl dezelfde problemen het debat blijven domineren.
Omdat Absolute democratie een bundeling is van 50 essays uit 2024 en 2025, krijgt het in retrospectief extra betekenis. Veel van de beschreven mechanismen zijn sindsdien zichtbaarder geworden. Populistische partijen hebben in meerdere Europese landen hun electorale positie versterkt of behouden, terwijl zorgen over desinformatie, algoritmische beïnvloeding en buitenlandse inmenging in verkiezingen zijn toegenomen. Tegelijk blijft zichtbaar dat juist polariserende en emotioneel geladen thema’s online de meeste aandacht genereren, wat de fragmentatie van het publieke debat verder versterkt. In dat licht laat het boek niet alleen zien hoe Pfeijffer de ontwikkelingen destijds duidde, maar ook hoe de onderliggende mechanismen zich inmiddels concreter manifesteren in politieke verhoudingen en mediadynamiek. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de winst van Trump bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2024 en de huidige geopolitieke ontwikkelingen, waaronder de oorlog in het Midden-Oosten.
Pfeijffer laat zien dat democratie alleen goed werkt als we een gedeeld beeld van de werkelijkheid hebben. Als media onder druk staan, kennis minder serieus wordt genomen en informatie bewust wordt ingezet, raken mensen het steeds minder met elkaar eens over wat waar is. Daardoor wordt het moeilijker om goede besluiten te nemen en neemt het vertrouwen in instituties af.
Wat mij betreft een absolute must read voor iedereen!