Dalende leerprestaties als sluipend economisch risico

door Marco Derksen op 17 maart 2026

De podcast Zo simpel is het niet van NRC, gemaakt door econoom en journalist Marike Stellinga en economisch commentator Maarten Schinkel, neemt wekelijks economische ontwikkelingen onder de loep en probeert nuance te brengen in cijfers en trends die vaak simplistisch worden gepresenteerd. In de afleveringen van de afgelopen weken is er veel aandacht voor de impact van AI op de economie. Vanmorgen heb ik geluistered naar de aflevering over de dalende leerprestaties van Nederlandse leerlingen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de economie en de samenleving.

Screenshot

Aanleiding voor het gesprek zijn recente resultaten uit het internationale PISA-onderzoek van de OESO, waarin vaardigheden van 15-jarigen wereldwijd worden gemeten. Daaruit blijkt dat de leerprestaties in Europa al ongeveer tien jaar afnemen, maar dat de daling in Nederland relatief sterk is. Vooral de leesvaardigheid is fors teruggelopen. Waar Nederlandse leerlingen begin deze eeuw nog tot de top behoorden, staan zij inmiddels in de lagere regionen van Europa. In 2022 liep ongeveer een derde van de Nederlandse 15-jarigen het risico laaggeletterd het onderwijs te verlaten, een duidelijke stijging ten opzichte van eerdere jaren.

In de podcast spreken Stellinga en Schinkel met OESO-onderwijsexpert Andreas Schleicher. Hij wijst op meerdere factoren die deze ontwikkeling kunnen verklaren. Zo is het Nederlandse onderwijssysteem sterk gedecentraliseerd: scholen hebben veel autonomie, wat ruimte biedt voor variatie, maar ook leidt tot grote verschillen in kwaliteit. Volgens Schleicher is de spreiding in prestaties tussen scholen in Nederland groter dan in andere OESO-landen. Tegelijk lijkt die autonomie onvoldoende gepaard te gaan met duidelijke, gedeelde standaarden, waardoor scholen in de praktijk uiteenlopende keuzes maken.

Daarnaast noemt hij een daling van verwachtingen en focus. Het curriculum is in de loop der tijd breder geworden, maar mist volgens hem samenhang en diepgang. Leerlingen krijgen veel verschillende onderwerpen aangeboden, terwijl basisvaardigheden zoals lezen en rekenen minder intensief worden ontwikkeld. Schleicher noemt dit een systeem dat “kilometerbreed, maar centimeterdiep” is ingericht.

Ook de rol van ouders komt aan bod. Betrokkenheid blijkt niet zozeer te gaan om hulp bij huiswerk, maar om het signaal dat onderwijs belangrijk is. Schleicher stelt dat dit in Nederland minder expliciet gebeurt dan in sommige Aziatische landen. Kleine gedragingen, zoals interesse tonen in school of het belang van leren benadrukken, blijken al invloed te hebben op prestaties.

Technologie vormt een andere belangrijke factor. De opkomst van smartphones en sociale media valt samen met de daling in leerprestaties, al blijft het verband volgens de sprekers vooral correlatief. Kunstmatige intelligentie voegt daar een nieuwe dimensie aan toe. Experimenten laten zien dat leerlingen die AI gebruiken sneller tot antwoorden komen, maar minder goed begrijpen en onthouden wat zij doen. Eerste signalen uit de Verenigde Staten wijzen in dezelfde richting: leerprestaties staan daar al langer onder druk en intensief gebruik van AI kan het leerproces veranderen, doordat cognitieve inspanning deels wordt uitbesteed. Of en hoe sterk dit effect op grotere schaal doorwerkt, moet nog blijken.

De economische implicaties zijn volgens de podcast aanzienlijk. Er bestaat een sterk verband tussen onderwijsniveau en economische groei. Nederland profiteert nog van oudere generaties werknemers die hoog scoren op vaardigheden, maar er dreigt een kloof met toekomstige cohorten. Tegelijk verandert de arbeidsmarkt door technologie. Eenvoudige taken verdwijnen of worden geautomatiseerd, terwijl hogere vaardigheden juist belangrijker worden. Dit kan leiden tot verdere polarisatie, waarbij een groep goed opgeleiden profiteert en een grotere groep moeite heeft om aansluiting te vinden.

In dat licht komt ook het idee van een leven lang leren aan bod. Hoewel dit vaak wordt gezien als oplossing voor veranderingen op de arbeidsmarkt, is Schleicher daar kritisch over. Uit onderzoek blijkt dat vooral mensen die al goed zijn opgeleid, blijven leren, terwijl groepen met zwakkere basisvaardigheden minder deelnemen aan bij- en omscholing. Daarmee vergroot een leven lang leren bestaande verschillen eerder dan dat het ze verkleint. Het onderstreept volgens hem dat de basis in het onderwijs cruciaal is en later moeilijk te herstellen.

De belangrijkste conclusie is dat de daling van leerprestaties niet alleen een onderwijsprobleem is, maar een breder maatschappelijk vraagstuk. Investeren in onderwijs vraagt niet alleen om middelen, maar vooral om gerichte keuzes: meer focus op kernvaardigheden, meer samenhang en diepgang in het curriculum en een doordachte inzet van technologie. Daarnaast vraagt het om betrokkenheid van ouders en een duidelijke positionering van de rol van leraren.

De reflectie die blijft hangen, is dat deze ontwikkeling geleidelijk is ontstaan en daardoor lang onder de radar bleef. Juist omdat de gevolgen pas later zichtbaar worden, is het moeilijk om er politieke urgentie aan te geven. Tegelijk maakt de combinatie met snelle technologische veranderingen de situatie urgenter. De volgende PISA-meting, die later dit jaar verschijnt, zal mogelijk voor het eerst zicht geven op de impact van generatieve AI op leerprestaties. De vraag is niet alleen of leerlingen minder goed presteren, maar ook hoe zij leren en in hoeverre zij voldoende zijn toegerust voor een samenleving waarin kennis, begrip en aanpassingsvermogen steeds belangrijker worden.

Bron:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1395)
Contact