Van hofbibliotheek tot Google: Wie bepaalt wat kennis is, toen en nu?

door Marco Derksen op 31 december 2025

Deze week ben ik in Wenen en heb ik uiteraard ook de Österreichische Nationalbibliothek (ONB) bezocht. De nationale bibliotheek van Oostenrijk telt bijna acht miljoen boeken en andere publicaties. Het grootste deel daarvan is ondergebracht in de Weense Hofburg aan de Heldenplatz. Daarnaast zijn er meerdere dependances, waaronder het Papyrusmuseum en het paleis Mollard-Clary, waar ook het Globemuseum en het Esperantomuseum zijn gevestigd. De nationale bibliotheek van Oostenrijk laat goed zien hoe zo’n instelling door de eeuwen heen heeft gefunctioneerd als een plek waar macht, kennis en ordening samenkomen.

De Österreichische Nationalbibliothek begon als hofbibliotheek van de Habsburgers. Haar wortels liggen in de veertiende eeuw. In 1368 wordt voor het eerst gesproken over een samenhangende hofcollectie, verbonden aan hertog Albrecht III. In die tijd waren boeken vooral bezit van vorsten en elites. Kennis was schaars, circuleerde beperkt en was sterk verbonden met bestuur en gezag. In de veertiende eeuw fungeerde de hofbibliotheek vooral als statussymbool en teken van gezag. Pas in latere eeuwen ontwikkelde zij zich tot een institutioneel geheugen van het rijk.

De uitvinding van de boekdrukkunst in de tweede helft van de vijftiende eeuw veranderde dit ingrijpend. Gedrukte boeken maakten het mogelijk kennis sneller en in grotere aantallen te verspreiden. Collecties groeiden daardoor snel. Opvallend is dat hofbibliotheken, zoals die in Wenen, hier relatief laat van profiteerden in vergelijking met universiteitsbibliotheken. Universiteiten gebruikten gedrukte boeken vooral voor onderwijs en debat. Hofbibliotheken bleven gericht op bestuur, representatie en continuïteit. Niet snelheid of brede verspreiding stond centraal, maar zorgvuldige selectie en bevestiging van een bestaand wereldbeeld. Door de groei van gedrukte boeken ontstond wel de noodzaak collecties beter te ordenen. Catalogi, classificaties en vaste regels werden belangrijker. De bibliotheekfunctie verschoof daarmee van alleen bewaren naar ook ordenen en gecontroleerd toegankelijk maken.

In de zestiende en zeventiende eeuw groeit de hofbibliotheek verder door aankopen, erfenissen en de uitbreiding van het rijk. Een belangrijk moment is 1663, wanneer Peter Lambeck door keizer Leopold I wordt aangesteld als hofbibliothecaris. Vanaf dat moment krijgt het beheer van kennis een vast organisatorisch karakter, met duidelijke taken en verantwoordelijkheden. De keuzes die toen werden gemaakt bepaalden welke kennisvormen blijvend deel uitmaakten van het geheugen van het rijk. Theologische werken, klassieke schrijvers, juridische teksten en geschiedschrijving kregen voorrang. Populaire literatuur, pamfletten in de volkstaal, lokale kennis en niet-Europese perspectieven bleven grotendeels buiten beeld. Zo werd een canon opgebouwd, maar ook duidelijk begrensd.

De nauwe relatie tussen kennis en macht wordt vooral zichtbaar in de achttiende eeuw onder keizer Karel VI (1685–1740). Tussen 1723 en 1735 liet hij de inmiddels wereldberoemde de Prunksaal (pronkzaal) bouwen, ontworpen door Johann Bernhard Fischer von Erlach en voltooid door zijn zoon Joseph Emanuel. De Cupola Fresco van Daniel Gran plaatst de keizer en zijn rijk in een samenhangend geheel waarin geschiedenis, wetenschap en bestuur bij elkaar horen. De ruimte laat zien hoe kennis wordt ingebed in een politiek en cultureel wereldbeeld. De bibliotheek is hier niet alleen een praktische voorziening, maar ook een zichtbare uitdrukking van staatsgezag.

Na de dood van Karel VI wordt het rijk voortgezet door zijn dochter Maria Theresia (1717–1780), aartshertogin van Oostenrijk. Onder haar bewind krijgt de hofbibliotheek in 1775 een meer publieke functie. De toegang wordt verruimd voor geleerden en andere geïnteresseerden, al blijft dat binnen duidelijke regels. Deze ontwikkeling past in bredere hervormingen van de achttiende eeuw, waarin kennis een belangrijkere rol krijgt in bestuur en samenleving, terwijl de staat de regie over selectie en ordening behoudt.

In de negentiende eeuw ontwikkelt de bibliotheek zich verder in het kader van de moderne staat. Zij krijgt een centrale rol in wetenschappelijk onderzoek en nationale documentatie. Na het uiteenvallen van de Habsburgse monarchie in 1918 volgt een belangrijke breuk. In 1920 wordt de Hofbibliothek officieel de Österreichische Nationalbibliothek. De collecties blijven grotendeels intact, maar de betekenis verandert. De bibliotheek wordt nu gezien als nationaal erfgoed en als geheugen van de republiek.

De twintigste eeuw laat zien dat ook een nationale bibliotheek niet losstaat van politieke ontwikkelingen. Tijdens het nationaalsocialisme, vanaf 1938, worden collecties uitgebreid door onteigening en roof. Dat gebeurt via administratieve en catalogiserende processen die lijken op regulier beheer. Sinds het begin van de eenentwintigste eeuw wordt dit verleden systematisch onderzocht, onder meer via herkomstonderzoek en restitutieprogramma’s.

Vanaf het einde van de twintigste eeuw verschuift de aandacht naar digitalisering en blijvende toegankelijkheid. Wettelijke depotverplichtingen en digitale projecten worden steeds belangrijker. Een voorbeeld is ANNO, gestart in 2003, waarmee historische kranten online beschikbaar zijn gemaakt. De bibliotheek ontwikkelt zich tot een hybride organisatie, waarin fysieke collecties, digitale diensten en publieksfuncties naast elkaar bestaan.

Opvallend is de samenwerking tussen de Österreichische Nationalbibliothek en Google, die vanaf 2010 leidt tot de digitalisering van grote delen van de rechtenvrije historische boekencollectie. Daardoor zijn miljoenen pagina’s wereldwijd toegankelijk via Google Books, terwijl de ÖNB zelf digitale kopieën behoudt. Tegelijk heeft deze samenwerking ook kritiek opgeroepen, bijvoorbeeld over de afhankelijkheid van commerciële infrastructuur, de zichtbaarheid van keuzes in toegang en de spanning tussen publieke collecties en commerciële platforms. Deze discussie raakt aan bredere vragen over de rol van nationale bibliotheken in een door platforms gedomineerde kennisomgeving.

Tegen deze achtergrond wordt duidelijk dat één vraag door de eeuwen heen terugkomt. De Österreichische Nationalbibliothek is nooit een neutrale opslagplaats geweest. Steeds opnieuw gaat het om de vraag wie bepaalt wat als kennis geldt, wat wordt bewaard en hoe toegang wordt geregeld. Waar die rol vroeger bij vorst en staat lag, spelen vandaag data-infrastructuren, zoekmachines en AI-systemen een steeds grotere rol.

Dat roept nieuwe vragen op voor nationale bibliotheken, in Oostenrijk maar ook in Nederland. Wat betekent het wanneer toegang tot kennis vooral loopt via commerciële platforms? Hoe verhoudt publieke verantwoordelijkheid zich tot algoritmische selectie en ordening? En welke rol kunnen nationale bibliotheken blijven spelen om context, duurzaamheid en verantwoording te bieden in een digitale kenniswereld die steeds sneller en internationaler wordt?

3 reacties

Wat er nu in de VS gebeurt laat zien hoe snel toegang tot kennis kan worden aangetast. Onder de politieke keuzes van Trump komen bibliotheken daar onder druk te staan. Boeken verdwijnen uit collecties, budgetten worden beperkt en professionals verliezen ruimte om hun werk te doen. Dat gaat niet alleen over cultuur, maar raakt direct het democratisch debat, omdat het bepaalt welke verhalen wel en niet beschikbaar blijven.

Tegelijkertijd verloopt toegang tot informatie steeds vaker via digitale platforms. Zoekmachines en sociale media bepalen met algoritmen wat mensen te zien krijgen. Dat lijkt misschien handig, maar deze systemen zijn niet gericht op pluriformiteit of publieke waarden. Wat aandacht trekt wint, wat nuance vraagt raakt sneller uit beeld. En zeker op platformen als X, voorheen Twitter, begint dat een serieus probleem te worden.

Als publieke bibliotheken verzwakken en commerciële platforms dominant worden, verschraalt het publieke gesprek. Bibliotheken maken hun keuzes zichtbaar en zijn aanspreekbaar. Platforms doen dat niet. Daardoor wordt het moeilijker om verschillende perspectieven te zien en elkaar te corrigeren.
Bibliotheken maken keuzes, net als onderwijs en media, maar met een ander doel. Ze proberen verschillende stemmen beschikbaar te houden, ook als die niet populair zijn, en bieden context zodat mensen zelf een oordeel kunnen vormen. Dat maakt ze een essentieel onderdeel van de democratische infrastructuur.

Voor Nederland lijkt mij de les duidelijk. Zie bibliotheken niet alleen als servicepunt, maar als bescherming van de democratie. Borg hun onafhankelijkheid, investeer in publieke digitale toegang en stel duidelijke grenzen aan politieke en commerciële invloed. Wie nu niet investeert in bibliotheken, loopt het risico later te ontdekken hoe snel vrije toegang tot kennis kan verdwijnen.

Beantwoord

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1363)
Contact