Via een LinkedIn-post van Eric de Blok werd ik gewezen op een podcastgesprek tussen Maarten Janssen en Wilma van der Scheer over de governance van zorginnovatie. Eric maakte daarin een treffende vergelijking met de natuur: waar wij in organisaties vaak zoeken naar ‘best practices’, laat de natuur zien dat het draait om variatie. Geen uniforme kopieën, maar steeds nieuwe aanpassingen op het goede. Dat inzicht sluit aan bij Janssens kernboodschap: innovatie is geen kant-en-klaar model dat je kunt uitrollen, maar een proces van situeren, proberen en betekenisgeven in context.
De podcast en Janssens bijdrage aan de jubileumbundel Over zorg besturen draaien om de centrale vraag hoe je innovatie organiseert binnen een systeem dat van nature gericht is op stabiliteit. Voor Janssen is iets pas innovatie als het succesvol is toegepast. “Met een goed idee alleen ben je er nog niet,” stelt hij. Innovatie veronderstelt toepassing, en dus context – en precies daar wringt het bij veel organisaties. Bestuurders denken graag in termen van ‘opschalen’ en ‘uitrollen’, maar vergeten dat elke implementatie lokaal anders uitpakt.
Om dat inzicht te verdiepen introduceert Janssen de ‘gesitueerde procesbenadering’. Die benadering definieert innovatie langs vier lijnen: als een proces, als normatief geladen, als lokaal betekenisvol en als onlosmakelijk verbonden met afwegingen. Hij verwijst voor dat laatste oa naar de klassieke theorie van creative destruction van Schumpeter, waarin bestaande structuren worden ontmanteld om ruimte te maken voor iets nieuws.
Innovatie is volgens Janssen dan ook geen afdeling, maar een organisatieproces. Een proces dat draait om het verkennen van het onbekende, en dus fundamenteel verschilt van het implementeren en opschalen van best practices. De essentie van governance ligt daarbij niet in het controleren van resultaten, maar in het faciliteren van onzekerheid.
In zijn analyse laat Janssen zien dat veel organisaties goed zijn in het genereren van ideeën, maar moeite hebben met de daadwerkelijke toepassing. Innovatieafdelingen opereren vaak geïsoleerd, pilots blijven steken in de experimenteerfase, en er is te weinig aandacht voor sociale of organisatorische innovaties. Technologie krijgt de boventoon, terwijl toepassing bijna altijd sociaal van aard is. Zijn pleidooi is helder: richt innovatie in als een leerproces, met ruimte voor reflectie, iteratie en normatief gesprek. Governance wordt dan geen systeem van controle, maar een proces van begeleiden, begrenzen en betekenis geven.
Van der Scheer sluit af met een citaat van pedagoog Dylan Wiliam dat Janssen gebruikt in zijn publicatie: “Alles werkt wel ergens en soms, niets werkt altijd en overal.” Innovatie is daarmee geen blauwdruk die je één-op-één kopieert, maar een voortdurend proces van situeren, aanpassen en leren. Of zoals Eric de Blok het verwoordt: net als in de natuur draait het bij innovatie niet om het vinden van dé oplossing, maar om het creëren van variaties op het goede.
Bronnen
- De Blok, E. (2025, juli). De natuur doet niet aan best practices!
- Janssen, M. (2025). Governance van zorginnovatie: Organiseren in onzekerheid. In Over zorg besturen (pp. 1–27). Erasmus Centrum voor Zorgbestuur.
- Janssen, M., & Van der Scheer, W. (2025, juli). Governance van zorginnovatie – organiseren in onzekerheid [Podcast]. Over zorg besturen.
- Wiliam, D. (2018). “Everything works somewhere; nothing works everywhere” uit Creating the Schools Our Children Need. Learning Sciences International.
- Janssen, M. (2016). Situated novelty: A study on healthcare innovation and its governance [Doctoral dissertation, Erasmus University Rotterdam]. Erasmus University Repository.