Ghost in the Machine: De mensen en belangen achter AI

door Marco Derksen op 5 oktober 2026

Gisteren heb ik Ghost in the Machine gekeken, een Amerikaanse documentaire uit 2026 van regisseur Valerie Veatch. De film ging in wereldpremière op het Sundance Film Festival en is sinds 14 september te zien via PBS’ Independent Lens (in Nederland via VPN). Veatch baseerde de productie op gesprekken met tientallen deskundigen en ruim honderd uur aan interviewmateriaal. De documentaire onderzoekt kunstmatige intelligentie (AI) vooral als maatschappelijk verschijnsel, gevormd door menselijke ideeën, economische belangen, arbeid en politieke macht.


De centrale stelling is dat AI geen zelfstandige actor en ook geen scherp afgebakende technologie is. Onder de term vallen uiteenlopende systemen, van statistische modellen en patroonherkenning tot grote taalmodellen. De film verzet zich tegen taal waarin machines lijken te denken, willen of beslissen. Relevanter zijn volgens de documentaire de vragen wie een systeem bouwt, met welke data en middelen, voor welk doel en wie de gevolgen ondervindt. Vanuit dat perspectief behandelt de film ook begrippen als intelligentie, artificial general intelligence (AGI), superintelligentie (SI) en singulariteit. Die begrippen zijn niet alleen technisch, maar maken ook deel uit van verhalen over de toekomstige mogelijkheden van technologie.

Een belangrijk historisch deel gaat over de relatie tussen het meten van menselijke intelligentie, statistiek en eugenetica. Francis Galton, die het begrip eugenetica introduceerde, en statisticus Karl Pearson speelden een belangrijke rol in de vroege ontwikkeling van biometrie en statistiek. Hun onderzoek was nauw verbonden met erfelijkheid en eugenetische denkbeelden. UCL, waar Pearson werkte, beschrijft tegenwoordig expliciet hoe de ontwikkeling van de statistiek, kwantitatieve biologie en eugenetica in deze periode met elkaar verweven waren.

De documentaire gebruikt deze geschiedenis om te laten zien dat systemen voor meten en classificeren niet losstaan van de doelen waarvoor ze worden ontwikkeld. Dat punt is historisch relevant, maar de documentaire trekt de lijn soms verder door dan het bewijs toelaat. De verwevenheid tussen vroege biometrie, statistiek en eugenetica is goed gedocumenteerd, maar daaruit volgt niet automatisch dat moderne statistische technieken of huidige AI-systemen dezelfde ideologische uitgangspunten bevatten. Historische herkomst, later gebruik en hedendaagse werking moeten afzonderlijk worden beoordeeld.

De maatschappelijke gevolgen van eugenetisch denken hadden diep ingrijpende gevolgen. In de Verenigde Staten werden in de twintigste eeuw tienduizenden mensen gedwongen gesteriliseerd onder wetten die op eugenetische ideeën waren gebaseerd. Ook nazi-Duitsland voerde een omvangrijk sterilisatieprogramma uit, waarbij honderdduizenden mensen werden getroffen. De documentaire gebruikt deze geschiedenis als waarschuwing voor wat kan gebeuren wanneer menselijke eigenschappen tot ogenschijnlijk objectieve rangordes worden teruggebracht.

Vervolgens richt de film zich op Silicon Valley en de manier waarop technologische vooruitgang wordt gepresenteerd. Ondernemers, investeerders en onderzoekers spreken over AGI en superintelligentie als mogelijke volgende fasen van technologische ontwikkeling. Ghost in the Machine vraagt in hoeverre zulke toekomstbeelden wetenschappelijk onderbouwde verwachtingen zijn en in hoeverre ze investeringen, status en grootschalige infrastructuur helpen rechtvaardigen. AI-hype is in die lezing niet alleen overdreven taal, maar ook onderdeel van de investeringslogica rond technologie.

Daartegenover plaatst de documentaire de menselijke arbeid achter automatisering. Een belangrijke casus betreft werknemers in Kenia die voor outsourcingbedrijf Sama schadelijke teksten classificeerden voor systemen van OpenAI. Onafhankelijke journalistieke berichtgeving bevestigt dat dit werk laag werd betaald en werknemers blootstelde aan materiaal over geweld, haat en seksueel misbruik. Betrokken werknemers rapporteerden psychische belasting. Het voorbeeld laat zien dat technologie die voor gebruikers geautomatiseerd lijkt, afhankelijk kan zijn van arbeidsintensief werk dat grotendeels buiten beeld blijft.

Hetzelfde geldt voor de fysieke infrastructuur. Grote AI-systemen vereisen datacenters, chips, elektriciteit en koeling. Onderzoek laat zien dat datacenters aanzienlijke hoeveelheden energie en, afhankelijk van onder meer koelmethode, klimaat en elektriciteitsvoorziening, water kunnen gebruiken. De verschillen tussen locaties en systemen zijn groot, waardoor één watercijfer weinig zegt over ‘AI’ als geheel. Belangrijker is dat digitale diensten materiële gevolgen hebben en dat locatie en inrichting mede bepalen wie de kosten daarvan draagt.

In het laatste deel verbindt de documentaire deze ontwikkelingen met politieke en militaire macht en met de informatievoorziening. De film wijst op nauwere relaties tussen technologiebedrijven en overheden, militaire toepassingen van commerciële technologie en de groeiende hoeveelheid synthetische tekst en beeld. Begrippen als epistemische macht, digitale kolonialiteit en techno-fascisme worden gebruikt om te beschrijven hoe economische, technologische en politieke macht zich kunnen concentreren. Het zijn interpretatieve kaders, geen neutrale of algemeen aanvaarde classificaties. Vooral de vergelijking met fascisme vraagt meer systematisch bewijs dan de film biedt.

De belangrijkste conclusie van Ghost in the Machine is dat technologische ontwikkeling geen autonoom of onvermijdelijk proces is. Achter AI-systemen staan mensen, bedrijven, investeerders, werknemers, overheden en fysieke infrastructuren. De documentaire verschuift daarmee de aandacht van de abstracte vraag wat ‘AI’ zal worden naar vragen over verantwoordelijkheid: welk probleem lost een systeem op, waarom is daarvoor AI nodig, wie profiteert en wie draagt de risico’s en kosten?

Als kritische documentaire is Ghost in the Machine het overtuigendst wanneer de film de menselijke arbeid, materiële infrastructuur en belangen achter abstracte technologietaal zichtbaar maakt. Ook de kritiek op het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan computersystemen is een nuttige correctie op het publieke debat over AI. Minder sterk is de film waar historische verbanden worden samengebracht tot één doorgaande lijn van eugenetica naar hedendaagse AI, of waar politiek geladen begrippen weinig tegenspraak krijgen. Als geheel is de documentaire de moeite waard, niet in de laatste plaats door het historische archiefmateriaal, waaronder een opvallend fragment waarin een 27-jarige Elon Musk zijn visie op de toekomst van het internet uiteenzet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1473)
Contact