Het kabinet wil de Rijksoverheid eenvoudiger, efficiënter en kleiner maken. Minder regels, betere samenwerking, digitalisering en de inzet van kunstmatige intelligentie (AI) moeten bijdragen aan betere dienstverlening en lagere kosten. Tegelijkertijd staan aanzienlijke besparingen op het ambtelijk apparaat gepland.
Vandaag sprak de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer met vijf deskundigen over de slagvaardigheid van de overheid: voormalig topambtenaar Roel Bekker, adviseur Bernard ter Haar, bestuursdeskundige en columnist Kustaw Bessems, onderzoeker Jos Blank en Herna Verhagen namens de Commissie Toekomst Rijksdienst.
De deskundigen waren het eens over de noodzaak van verandering, maar waarschuwden dat een kleinere overheid niet automatisch beter functioneert. Volgens verschillende sprekers moet eerst duidelijk zijn welke maatschappelijke opgaven de overheid wil aanpakken, welke taken daarbij horen en hoe de uitvoering moet worden georganiseerd.
Digitale transformatie vraagt bestuurlijke keuzes
Digitalisering was een terugkerend onderwerp tijdens het gesprek. Verouderde ICT-systemen, versnipperde verantwoordelijkheden en gebrekkige samenwerking maken het moeilijk om beleid aan te passen en de dienstverlening te verbeteren.
Bekker en Ter Haar pleitten voor duidelijkere politieke aansturing van de rijksbrede digitalisering. Ter Haar stelde voor de verantwoordelijkheid bij één minister van Digitale Zaken te leggen, met voldoende bevoegdheden om gezamenlijke keuzes te maken. Hij noemde de Belastingdienst als voorbeeld van een uitvoeringsorganisatie waar verouderde en onderling afhankelijke systemen veranderingen bemoeilijken.
Deze discussie sluit aan bij eerdere kabinetsplannen waarover Binnenlands Bestuur in september berichtte. Het kabinet wil toewerken naar één Rijksdienst, met als uitgangspunt ‘standaard en centraal, tenzij’. Gemeenschappelijke digitale voorzieningen, uniforme standaarden en een beter georganiseerde gegevenshuishouding moeten samenwerking en efficiëntie bevorderen.
Verhagen benadrukte dat digitalisering, automatisering en AI kunnen bijdragen aan betere dienstverlening en hogere productiviteit. Daarvoor moeten organisaties eerst inzicht krijgen in hun werkprocessen en onderzoeken wat eenvoudiger of uniformer kan. Digitale transformatie vraagt dus niet alleen om nieuwe technologie, maar ook om veranderingen in de organisatie en de manier van werken.
AI is geen vanzelfsprekende bezuiniging
Kamerlid Barbara Kathmann vroeg aandacht voor het risico dat AI vooral wordt ingezet om vooraf vastgestelde personeelsreducties en besparingen te realiseren, zonder duidelijk plan voor de toepassing ervan.
Die vraag krijgt extra betekenis door eerdere berichtgeving in De Telegraaf over kabinetsplannen om met concrete doelstellingen en AI het ambtenarenapparaat te verkleinen. Binnenlands Bestuur berichtte over het voornemen om bestaande AI-toepassingen sneller in te voeren en op te schalen, waaronder de verdere uitrol van de digitale assistent Vlam.ai voor rijksambtenaren. Ook zijn er plannen voor AI-ondersteunde dienstverlening aan burgers. Het kabinet wil de effecten op productiviteit en werkprocessen monitoren. Daarnaast zijn aanvullende financiële taakstellingen aangekondigd, maar hoeveel daarvan met AI kan worden gerealiseerd, is niet onderbouwd.
Bessems waarschuwde tijdens het rondetafelgesprek voor de hoge verwachtingen die de overheid al tientallen jaren heeft van technologische vernieuwing. Wanneer AI wordt toegepast op slecht functionerende processen, kunnen bestaande problemen volgens hem juist sneller worden gereproduceerd. In een LinkedIn-bericht na afloop wees hij daarnaast op de afhankelijkheid van externe ICT-leveranciers en het gebrek aan digitale deskundigheid binnen delen van de overheid. Ook uitte hij zorgen over algoritmen waarvan medewerkers de werking onvoldoende begrijpen en die burgers kunnen benadelen.
Blank benadrukte dat eerst de bestaande werkprocessen efficiënter moeten worden ingericht, voordat grote besparingen door nieuwe technologie worden verondersteld. Verhagen zag mogelijkheden voor AI, maar wees eveneens op het belang van procesverbetering, standaardisering en investeringen.
De deskundigen verschilden in hun verwachtingen van AI, maar benadrukten dat technologie niet los kan worden gezien van de inrichting van de overheid. Tijdens het gesprek werden geen concrete berekeningen gepresenteerd die aantonen hoeveel personeel of geld met AI kan worden bespaard.
De overheid moet ook anders gaan werken
Het rondetafelgesprek maakte duidelijk dat de problemen niet alleen technisch of organisatorisch zijn. Ook politieke besluitvorming en de manier waarop beleid tot stand komt, spelen een rol.
Bekker wees op de groei van beleidsdirecties en onduidelijke verantwoordelijkheden. Ter Haar stelde dat politieke doelen pas betekenis krijgen wanneer ze uitvoerbaar zijn en worden ondersteund door concrete werkprogramma’s. Beiden pleitten voor minder beleidsdrukte en meer ruimte voor uitvoeringsorganisaties.
Ook de Tweede Kamer kreeg kritiek. De opeenstapeling van Kamervragen, moties, beleidsverzoeken en controles vraagt veel ambtelijke capaciteit. Hoewel deze instrumenten een belangrijke democratische functie hebben, wordt volgens verschillende deskundigen onvoldoende rekening gehouden met de gezamenlijke belasting die zij veroorzaken.
Bessems pleitte voor een andere verhouding tussen overheid en samenleving. De overheid moet volgens hem niet uitsluitend worden gezien als leverancier van diensten, maar vooral ruimte geven, samenwerken en helpen waar dat nodig is. In zijn reflectie na afloop stelde hij dat een nieuw ontwerp van de overheid zou moeten beginnen bij inwoners, gemeenschappen en bedrijven, in plaats van bij de bestaande departementen.
Blank vroeg aandacht voor de productiviteit van de publieke sector en voor de invloed van financiering en bestuurlijke prikkels. De Commissie Toekomst Rijksdienst onderzoekt intussen waarom bekende verbeterpunten zo moeilijk worden doorgevoerd. Volgens Verhagen vraagt structurele verandering om uitvoerbaar beleid, samenwerking over organisatiegrenzen heen, minder onnodige controle en bestuurlijke sturing die meerdere kabinetsperioden standhoudt.
Conclusies en reflecties
Het rondetafelgesprek laat zien dat digitalisering en AI mogelijkheden bieden om de overheid beter te laten functioneren, maar dat de opbrengsten niet vanzelf ontstaan. Verouderde systemen, versnipperde verantwoordelijkheden, complexe regelgeving en onvoldoende deskundigheid kunnen vernieuwing in de weg staan.
Digitale transformatie moet daarom niet uitsluitend worden beoordeeld op kostenbesparing en personeelsreductie. Ook de kwaliteit van de dienstverlening, de uitvoerbaarheid van beleid, rechtsbescherming en de zeggenschap over digitale systemen zijn van belang.
De verantwoordelijkheid ligt daarbij niet alleen bij ambtenaren en uitvoeringsorganisaties. Politieke keuzes, wetgeving, toezicht en de verdeling van taken bepalen mede of veranderingen mogelijk zijn. De deskundigen verschilden van mening over de aanpak, maar wezen erop dat financiële taakstellingen zonder inhoudelijke keuzes onvoldoende richting geven aan verbetering.
Veel oplossingen zijn volgens de sprekers al langer bekend. De uitdaging is om ze daadwerkelijk door te voeren en vol te houden. Voor digitale transformatie betekent dit dat de overheid eerst moet bepalen welke publieke taken en processen verbetering vragen, welke organisatorische veranderingen daarvoor nodig zijn en waar technologie aantoonbaar kan helpen.
Bronnen
- Bessems, K. (2026, 15 oktober). Ruimte maken, samenwerken en helpen. Dat is wat een slagvaardige overheid doet [LinkedIn-bericht]. LinkedIn.
- De Telegraaf. (2026, 15 oktober). Met keiharde ’targets’ en AI wil overheid snijden in eigen vlees: Flinke streep door wildgroei aan ambtenaren.
- Tweede Kamer der Staten-Generaal. (2026, 15 oktober). Rondetafelgesprek Slagvaardige overheid (terugkijken via Debat Direct).
- Van Trigt, M. (2026, 15 september). AI en uniformering toverwoorden voor slagvaardige overheid. Binnenlands Bestuur.