Hannah Arendt over politiek denken en handelen

door Marco Derksen op 15 augustus 2026

Op 28 oktober 1964 zond de net opgerichte Duitse omroep ZDF een gesprek uit tussen journalist Günter Gaus en politiek theoreticus Hannah Arendt, opgenomen in de reeks Zur Person. Arendt was de eerste vrouw die in de reeks werd geportretteerd. Het interview vond plaats kort nadat haar boek over het Eichmann-proces in de Bondsrepubliek was verschenen, en die controverse loopt als een rode draad door het gesprek. Het beslaat Arendts intellectuele zelfbeeld, haar jeugd en Joodse identiteit, de breuk van 1933, de naoorlogse verhouding tot Duitsland, de kritiek op haar Eichmann-boek en haar denken over politiek handelen in de moderne wereld.

Welmoed Vlieger wees me op LinkedIn op dit interview; ik heb het inmiddels helemaal teruggekeken en met Claude samengevat wat Arendt daarin vertelt, te beginnen bij hoe ze zichzelf, tot ongenoegen van Gaus, meteen anders neerzet dan verwacht.

Arendt opent met een correctie: ze wil niet als filosofe worden aangeduid, ook al heeft ze filosofie gestudeerd. Haar vak is politieke theorie, en dat onderscheid is voor haar geen kwestie van bescheidenheid maar van inhoud. Filosofen staan volgens haar, met uitzonderingen als Kant, van oudsher vijandig tegenover de politiek: waar de filosoof tegenover de natuur nog namens de hele mensheid kan spreken, is hij tegenover de politiek partijdig, een erfenis die teruggaat tot Plato. Zij wil de politiek juist bekijken met ogen die niet door die filosofische vooringenomenheid zijn vertroebeld. Over de vraag of haar positie als vrouw in een mannelijk bolwerk een emancipatievraagstuk vormde, is ze stellig: persoonlijk speelde het geen rol, al noemt ze zichzelf op dit punt ouderwets. Ze vond dat bepaalde functies, zoals bevelen geven, vrouwen niet passen, zonder dat dit haar in de praktijk ooit heeft tegengehouden te doen wat ze wilde.

Zelfverstaan betekent, naar het Duitse Selbstverständnis, dat je begrijpt wie je bent, hoe je handelt en oordeelt, en welke plaats je inneemt in de politieke wereld die je met anderen deelt.

Centraal in haar zelfverstaan staat de verhouding tussen denken en schrijven. Ze benadrukt dat ze bij haar werk niet geïnteresseerd is in effect of invloed. Zodra een werk af is, is de zaak voor haar afgesloten. Wat telt is het begrijpen zelf, iets wat ze zelf typeert als “Ich will verstehen“; schrijven maakt daar deel van uit, omdat het vastlegt wat anders vluchtig zou blijven. Ze schrijft pas wanneer ze innerlijk klaar is met wat ze wil zeggen, doorgaans in één ononderbroken versie. Het verlangen naar invloed duidt ze (ietwat ironisch) als een typisch mannelijke drijfveer waar ze zichzelf van distantieert; voor haar geeft het pas voldoening wanneer anderen iets op dezelfde manier gaan begrijpen als zijzelf.

Over haar jeugd vertelt Arendt dat het woord ‘Joods’ in het ouderlijk huis nooit viel; ze ontdekte pas via antisemitische opmerkingen van andere kinderen dat ze Joods was en beleefde dat niet als schok maar als een gegeven feit. Haar moeder, areligieus en uit sociaaldemocratische kring, leerde haar zich bij dit soort aanvallen te verzetten in plaats van te bukken, wat volgens Arendt voorkwam dat antisemitisme voor haar tot een innerlijk probleem werd. Ze onderscheidt hierbij nadrukkelijk staatsburgerschap van volksidentiteit: Duitse in die laatste betekenis is ze zich nooit gaan voelen. Haar keuze voor filosofie, met Grieks en theologie als bijvakken, dateert al van haar veertiende, na lezing van Immanuel Kant en later Karl JaspersPsychologie der Weltanschauungen. Van haar eigen begaafdheid was ze zich lange tijd niet bewust; ze meende dat iedereen zo was en verklaart een vroeg gevoelde vervreemding onder mensen achteraf niet vanuit talent maar vanuit iets anders dat ze niet precies kan duiden.

De brand in de Rijksdag op 27 februari 1933, gevolgd door de illegale arrestatiegolf diezelfde nacht, vormt voor Arendt het scharnierpunt waarop ze zich persoonlijk verantwoordelijk ging voelen en niet langer kon toekijken. Ze benadrukt dat niet Hitlers machtsovername zelf de eigenlijke schok was, want dat de nazi’s vijanden waren, wist iedereen al jaren, maar de ‘Gleichschaltung’ van vrienden en collega’s in intellectuele kring, die zij grotendeels vrijwillig zag gebeuren en die een gevoel van verlatenheid achterliet. Ze trok zich terug uit de academische wereld met het voornemen zich nooit meer met intellectuele kringen in te laten en ging praktisch werk doen voor de zionistische beweging: niet uit zionistische overtuiging, maar vanuit het principe dat wie als Jood wordt aangevallen, zich ook als Jood moet verdedigen. Ze verzamelde antisemitische uitingen voor de organisatie, werd daarvoor gearresteerd, kwam na acht dagen vrij dankzij een sympathiserende rechercheur en moest illegaal de grens over. Ze noemt die episode achteraf met een zekere voldoening: ze had tenminste iets gedaan. Via Parijs werkte ze vervolgens voor de jeugdalijah, die Joodse kinderen en jongeren naar Palestina bracht: praktisch sociaal werk met papieren, huisvesting, opleiding en fondsenwerving.

Niet 1933 maar het bericht over Auschwitz in 1943 vormt voor Arendt de eigenlijke breuk. Zij en haar man geloofden het aanvankelijk niet, omdat het militair onzinnig leek, tot het bewijs onontkoombaar werd. Waar andere ellende, zoals armoede, vervolging en vlucht, volgens haar persoonlijk te verwerken was, was dit wat haar betreft principieel onherstelbaar: niet vanwege het aantal slachtoffers, maar vanwege wat ze de ‘fabricage van lijken’ noemt, iets dat nooit had mogen gebeuren en waarmee niemand ooit klaar zou zijn. Bij haar terugkeer naar Duitsland in 1949 overheersten aanvankelijk de vreugde om de taal op straat te horen en de hoop dat juist deze afgrond een nieuwe basis voor verhoudingen kon bieden. In de jaren daarna groeide echter de afstand, niet uit onverschilligheid maar omdat de Duitse verhoudingen zich naar haar smaak te snel, en deels in een richting die ze niet onderschrijft, weer ‘vastzetten’.

Een groot deel van het gesprek gaat over de ophef rond haar boek Eichmann in Jeruzalem: De banaliteit van het kwaad (1963). Arendt wijst de beschuldiging van de hand dat zij het Joodse volk verweet zich niet verzet te hebben. Die vraag kwam volgens haar van de Israëlische openbare aanklager, en zij noemde die vragen zelf ‘dwaas en wreed’. Wat mensen haar wél kwalijk nemen, is de toon: ze erkent dat die ironisch is en dat ze bij het lezen van het politieverhoor van Eichmann, die ze als een clown (‘Hanswurst’) ervoer, herhaaldelijk hardop moest lachen, een reactie die ze niet kan of wil verantwoorden tegenover wie zich daaraan stoort. Op de vraag of haar expliciete weigering om enig collectief, volk, klasse of natie, lief te hebben, ze zegt alleen vrienden te kunnen liefhebben en juist liefde voor ‘de Joden’ als Jodin zelf verdacht te vinden, haar politiek steriel maakt, draait ze de redenering om: juist de vermenging van liefde, een persoonlijke, directe verhouding, met politiek, georganiseerd rond gedeeld wereldbelang, is apolitisch en ‘wereldloos’. Ze noemt het Joodse volk het schoolvoorbeeld van een volk dat door de eeuwen heen zonder eigen publieke ruimte, zonder ‘wereld’ in haar terminologie, heeft bestaan, wat in de diaspora een eigen warmte en vooroordeelloosheid voortbracht die met de stichting van Israël goeddeels verloren is gegaan. Die vrijheid bevestigt ze, maar ze zegt de prijs ervoor niet graag te betalen.

Op de vraag of een erkende waarheid ook gepubliceerd moet worden, antwoordt Arendt genuanceerd: ze zou een waarheid altijd opschrijven, maar niet per se publiceren als daarmee legitieme belangen ernstig geschaad zouden worden, al had ze het Eichmann-boek zelf achteraf beschouwd niet anders geschreven. Ze onderscheidt feitenwaarheden van meningen en wijst op de rol van de geschiedwetenschap als ‘hoedster’ van die feitenwaarheden, een rol die volgens haar makkelijk corrumpeert onder politieke druk. Ze noemt het voorbeeld van geschiedschrijving die zich naar de staat voegt. Onpartijdigheid, ook jegens de verliezende partij, een deugd die ze tot Homerus herleidt, is voor haar een wetenschappelijke plicht die zwaarder weegt dan het vleien van het eigen volk.

Tot slot schetst Arendt de moderne wereld als gedomineerd door een kringloop van arbeid en consumptie die de mens op zichzelf terugwerpt en tot ‘wereldloosheid’ leidt: het verlies van betrokkenheid bij hoe de gedeelde publieke ruimte eruitziet. Het vermogen om zich politiek te oriënteren is daardoor volgens haar niet alleen bij de massa beperkt, maar ook bij staatslieden, die moeten oordelen tussen elkaar tegensprekende experts. Dat oordeelsvermogen rekent zij tot de uitdrukking van ‘gemeenzin’. Op lokale schaal, waar mensen een zaak nog kunnen overzien, blijft spontaan publiek handelen volgens haar wél goed mogelijk. Ze sluit af met een eerbetoon aan haar leermeester Karl Jaspers, wiens combinatie van vrijheid en rede haar sterkste naoorlogse ervaring is geweest, en met een reflectie op het ‘wagnis van de openbaarheid’: wie handelt en spreekt, stelt zichzelf als persoon bloot aan een uitkomst die niemand kan voorzien, en dat wagnis is alleen mogelijk vanuit een fundamenteel vertrouwen in het menselijke.

Het gesprek levert geen sluitend zelfportret op. Arendt weerspreekt zichzelf op onderdelen: ze bagatelliseert bijvoorbeeld eerst en erkent later toch een zekere toegenomen onverschilligheid tegenover Duitsland. Wel komt een consistente onderliggende positie naar voren: de strikte scheiding tussen de persoonlijke sfeer van liefde en vriendschap en de politieke sfeer van gedeeld wereldbelang, en een prioriteit voor begrijpen boven overtuigen of beïnvloeden. Onbeantwoord blijft in het gesprek zelf vooral waar precies de grens ligt tussen een legitiem belang dat publicatie van een waarheid kan beperken en een streven naar zelfbescherming dat zij als illegitiem afwijst, een spanning die ze aanstipt maar niet oplost.

Bron
Gaus, G. (Interviewer). (1964, 28 oktober). Zur Person: Hannah Arendt [Televisie-interview]. ZDF.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1460)
Contact