De wereld als constellatie: Hoe de handelingsruimte verdwijnt

door Marco Derksen op 5 juli 2026

De Duitse socioloog en filosoof Hartmut Rosa bouwt in De wereld als constellatie. Hoe de handelingsruimte verdwijnt (2026) voort op thema’s uit zijn eerdere werk over sociale versnelling en resonantie. Waar hij eerder onderzocht hoe de moderne samenleving steeds sneller verandert en hoe mensen betekenisvolle relaties met de wereld kunnen onderhouden, richt hij zich nu op een andere ontwikkeling: het verdwijnen van menselijke handelingsruimte. Mensen worden steeds minder benaderd als handelende personen die zelf kunnen interpreteren en oordelen, en steeds vaker als uitvoerders van regels, protocollen, administratieve procedures en digitale systemen. De centrale vraag is wat dit betekent voor de manier waarop mensen werken, samenleven en verantwoordelijkheid ervaren.

De kern van het boek is de stelling dat moderne samenlevingen complexe situaties steeds vaker organiseren als constellaties. Om deze ontwikkeling te analyseren onderscheidt Rosa twee manieren waarop mensen zich tot de wereld kunnen verhouden: de situatie en de constellatie. Een situatie vraagt om interpretatie, afweging en praktisch oordeelsvermogen. Een constellatie bestaat uit vooraf gedefinieerde, meetbare elementen waarop vaste regels kunnen worden toegepast. Constellaties zijn volgens Rosa onmisbaar voor moderne samenlevingen, omdat zij voorspelbaarheid, rechtsgelijkheid en bestuurbaarheid mogelijk maken. Zijn kritiek richt zich op het moment waarop constellaties de plaats innemen van situaties en menselijk oordeel structureel verdringen.

Rosa opent het boek met drie voorbeelden. Een fastfoodmedewerker mag een meisje geen nieuwe hamburger geven nadat de hare op de grond is gevallen, omdat de regels dat verbieden. Tijdens een Bundesliga-wedstrijd wordt een doelpunt na tussenkomst van de videoscheidsrechter afgekeurd, waardoor het eigen oordeel van de scheidsrechter naar de achtergrond verdwijnt. En Deense hulpverleners kunnen daklozen niet helpen omdat digitale systemen verplichte identificatiegegevens vereisen waarover zij niet beschikken. In alle drie de voorbeelden weten betrokkenen wat zij passend vinden, maar verhindert het systeem dat zij daarnaar handelen.

Volgens Rosa is dit geen uitzondering, maar een bredere maatschappelijke ontwikkeling. Complexe situaties worden vertaald naar meetbare parameters waarop protocollen, standaardprocedures en digitale systemen worden toegepast. Daardoor neemt de ruimte voor menselijk oordeelsvermogen af. Hij laat dit zien aan de hand van onder meer onderwijs, gezondheidszorg, rechtspraak en openbaar bestuur. Docenten beoordelen steeds vaker met rubrics en registratiesystemen, artsen werken met protocollen en classificaties, en professionals ervaren dat hun verantwoordelijkheid verschuift van zelfstandig handelen naar het uitvoeren van vooraf vastgelegde procedures.

Digitalisering versterkt deze ontwikkeling. Veel dagelijkse handelingen verlopen via systemen waarin gebruikers kiezen uit vooraf bepaalde mogelijkheden. Mensen blijven keuzes maken, maar binnen door technologie afgebakende opties. Ook kunstmatige intelligentie past volgens Rosa in deze ontwikkeling. AI is geen zelfstandig thema in het boek, maar illustreert hoe menselijke interpretatie steeds vaker wordt gestructureerd of ondersteund door systemen die werken met vooraf gedefinieerde patronen. Bij creatieve toepassingen verschuift de nadruk van het beheersen van een vak naar het formuleren van effectieve opdrachten.

Rosa benadrukt dat regels, bureaucratie en digitalisering belangrijke maatschappelijke functies vervullen. Zij vergroten de rechtsgelijkheid, beperken willekeur en maken complexe organisaties bestuurbaar. Daarbij sluit hij onder meer aan bij George Simmel, die liet zien dat onpersoonlijke regels burgers juist kunnen beschermen tegen willekeur. Zijn analyse is daarom geen pleidooi voor het afschaffen van regels of technologie, maar een waarschuwing voor een ontwikkeling waarin de logica van standaardisering steeds meer maatschappelijke domeinen gaat beheersen.

Die ontwikkeling raakt volgens Rosa ook het mensbeeld dat aan moderne instituties ten grondslag ligt. In een situationele benadering staat de mens centraal als iemand die interpreteert, afweegt en verantwoordelijkheid draagt. In een constellatieve benadering verschuift de nadruk naar correcte uitvoering binnen vooraf vastgelegde kaders. Daarbij sluit hij aan bij Aristoteles, die het belang van praktisch oordeelsvermogen benadrukte, en bij fenomenoloog Hermann Schmitz, die het onderscheid tussen situaties en constellaties theoretisch uitwerkt. Naarmate professionals vaker procedures uitvoeren in plaats van situaties beoordelen, kunnen gevoelens van vervreemding, machteloosheid en verlies aan betekenis ontstaan. Daarmee komt ook Rosa’s begrip resonantie onder druk te staan: de wederkerige en betekenisvolle relatie tussen mensen en de wereld om hen heen.

De wereld als constellatie is daarmee vooral een filosofische en sociologische diagnose. Rosa presenteert geen beleidsprogramma of uitgewerkt stappenplan. Wel laten zijn analyses een duidelijke richting zien. Verspreid door het boek pleit hij ervoor regels als hulpmiddel te blijven gebruiken, technologie zo te ontwerpen dat zij professionals ondersteunt in plaats van vervangt en ruimte te behouden voor contextafhankelijke afwegingen wanneer standaardprocedures tekortschieten. Deze handelingsperspectieven zijn terug te voeren op enkele onderliggende ontwerpprincipes: menselijk oordeelsvermogen vraagt om daadwerkelijke beslissingsruimte, regels en technologie dienen de praktijk te ondersteunen en niet te domineren, en niet alle kwaliteit, betekenis en rechtvaardigheid laten zich volledig vangen in meetbare indicatoren.

Misschien is dat wel de grootste kracht van Rosa’s boek. Het biedt geen blauwdruk voor maatschappelijke verandering, maar een analytisch kader waarmee ontwikkelingen in onderwijs, zorg, rechtspraak, bestuur en digitalisering in een nieuw licht kunnen worden bezien. Tegelijkertijd laat hij bewust open welke politieke, economische en institutionele krachten deze ontwikkeling precies aandrijven en hoe zij in de praktijk kunnen worden gekeerd. De centrale vraag die hij de lezer voorlegt is daarom niet hoe regels of technologie kunnen verdwijnen, maar hoe moderne instituties zo kunnen worden ingericht dat zij menselijke verantwoordelijkheid, praktisch oordeelsvermogen en resonantie blijven ondersteunen.

Bronnen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1416)

Geplaatst op 6 jun. 2026

De menselijke meetlat

Wetenschappelijke kennis ontstaat altijd vanuit een bepaald perspectief. In vakgebieden als cognitiewetenschap, taalkunde en bewustzijnsfilosofie is dat perspectief historisch gezien…

Lees Bericht: De menselijke meetlat
Contact