Gisteravond zag ik Silent Friend (Ildikó Enyedi, 2025) in Focus Arnhem. Deze Duits-Frans-Hongaarse speelfilm speelt zich af in en rond de botanische tuin van de universiteit van Marburg. De film ging afgelopen najaar in première op het filmfestival van Venetië en is sinds dit voorjaar te zien in het internationale arthousecircuit. Centraal staat een eeuwenoude Japanse notenboom (Ginkgo biloba) uit 1832, die fungeert als verbindend element tussen drie verhaallijnen: een vrouwelijke student in 1908, een student in de jaren zeventig en een neurowetenschapper tijdens de coronapandemie.
De film onderzoekt hoe mensen waarnemen en betekenis geven aan de natuur. In het deel dat zich in 2020 afspeelt, legt neurowetenschapper Tony Wong uit hoe we als volwassenen meestal heel gericht kijken: we focussen op één ding en de rest valt weg. Volgens hem werkt dat bij baby’s anders. Die nemen alles tegelijk waar, zonder die sterke filter. “Je zou kunnen zeggen dat baby’s eigenlijk de hele tijd een beetje high zijn.” Daarmee bedoelt hij dat hun waarneming opener en minder gestuurd is. Dat idee van een andere, meer open manier van kijken wordt niet letterlijk herhaald, maar resoneert wel in de andere verhaallijnen. In 1908 probeert Grete (Luna Wedler) zich als eerste vrouwelijke student staande te houden binnen een academische traditie die planten vooral classificeert en ordent, terwijl zij zoekt naar een meer directe manier van kijken. In de jaren zeventig raakt Hannes (Enzo Brumm) betrokken bij onderzoek naar plantenperceptie en ontwikkelt hij, ondanks zijn oorspronkelijke scepsis, een steeds persoonlijkere band met een plant. In alle drie de verhalen is de ginkgo aanwezig als constante observator en stille vriend.
Een terugkerende vraag in de film is: “Wat als zij ons observeren zoals wij hen observeren?” Deze vraag keert impliciet terug in scènes waarin menselijke en plantaardige ervaringen aan elkaar worden gekoppeld (regen voor de plant, de douche voor de mens) en waarin sensoren worden gebruikt om reacties van planten te registreren. Tegelijk blijft onduidelijk in hoeverre deze reacties als communicatie kunnen worden opgevat. Of, zoals Tony Wong in het college stelt: “Onderzoek is niets anders dan pogingen om metaforen te vinden voor de verschijnselen van de wereld.” De film geeft geen concrete antwoorden, maar laat zien dat kennis ontstaat binnen de grenzen van menselijke waarneming en taal.
De recensies die ik heb gelezen, zijn overwegend positief en leggen vooral de nadruk op vorm en thematiek. Critici waarderen de combinatie van de drie tijdslijnen en het perspectief van de boom, evenals de manier waarop de film wetenschap en verbeelding naast elkaar plaatst. Tegelijk wordt vaak genoemd dat het tempo traag is en dat de film meer draait om ideeën dan om een klassiek verhaal. Dat herken ik, en juist dat maakt de film voor mij interessant. Silent Friend vraagt wat geduld, maar als je je ervoor openstelt, blijft hij nog wel even in je hoofd zitten. Het is geen film die je helemaal hoeft te snappen, eerder een film die je blik een beetje verschuift. Een rustige, eigenzinnige film die niet alles wil uitleggen, maar je uitnodigt om anders te kijken naar de relatie tussen mens en natuur. Prachtig!