Mens en machine Hoe stoom, stroom en smartphone ons ondermijnen

door Marco Derksen op 5 juni 2025

Afgelopen week las ik het boek Mens en machine Hoe stoom, stroom en smartphone ons ondermijnen van Roderick Nieuwenhuis. Terwijl ik door de uitgestrekte Noorse landschappen trok, ver van de digitale drukte, bood dit boek een passende reflectie op onze verhouding tot technologie. Voor geïnteresseerden een korte samenvatting en reflectie.

Nieuwenhuis opent zijn boek met een herkenbare scène: als vader observeert hij hoe zijn kinderen verzonken raken in schermen en games. Dit persoonlijke ongemak vormt het startpunt voor een verkenning van de spanning tussen mens en techniek. Wat begint als een alledaagse zorg van een bezorgde vader, groeit uit tot een cultuurfilosofisch onderzoek naar hoe technologie niet alleen ons gedrag, maar ook ons zelfbeeld en onze samenleving vormgeeft.

Het centrale inzicht van Nieuwenhuis is dat machines functioneren als spiegels die ons confronteren met onze diepste verlangens en angsten. Techniek onthult wie we zijn, waar we in geloven en wat we liever negeren. Door de geschiedenis heen hebben denkers technologie afwisselend omarmd als bevrijding of gevreesd als bedreiging. Deze ambivalentie loopt als een rode draad door het boek.

Nieuwenhuis verbindt onze huidige digitale realiteit met een lange filosofische traditie. Hij laat zien hoe smartphones en algoritmes passen in een geschiedenis die al in 400 v.Chr. begint bij Plato’s waarschuwing voor het schrift. Net zoals Plato vreesde dat geschreven tekst het geheugen zou aantasten, maken wij ons nu zorgen over wat digitale technologie doet met onze aandacht en authenticiteit.

Historisch overzicht: van Plato tot het digitale tijdperk

De reis begint in de klassieke oudheid bij Plato (427–347 v.Chr.), die als eerste westerse denker kritisch nadacht over techniek. In zijn dialoog Phaedrus waarschuwt hij dat het schrift het geheugen verzwakt en slechts schijnkennis oplevert. Deze vroege kritiek introduceert een terugkerend thema: technologie geeft iets, maar neemt ook iets weg.

Francis Bacon (1561–1626) markeert in de vroegmoderne tijd een omslag. Hij ziet techniek als een instrument om de natuur te beheersen en het menselijk lot te verbeteren. Zijn optimistische visie legt de basis voor het moderne vooruitgangsgeloof. René Descartes (1596–1650) voegt daar het mechanistische wereldbeeld aan toe: het lichaam als machine, de geest als bestuurder. Dit dualisme tussen lichaam en geest zal eeuwenlang het westerse denken bepalen.

De industriële revolutie brengt nieuwe perspectieven. Karl Marx (1818–1883) analyseert hoe machines arbeiders reduceren tot verlengstukken van de productielijn. De mens raakt vervreemd van zijn werk en van zichzelf. Friedrich Nietzsche (1844–1900) gaat verder en ziet in de moderne maatschappij een verlies van vitaliteit. Hij verzet zich tegen de reductie van het leven tot nut en efficiëntie. Martin Heidegger (1889–1976) waarschuwt in de twintigste eeuw voor een wereld waarin alles ‘bestelbaar’ wordt, waarin de natuur en uiteindelijk ook de mens worden gereduceerd tot grondstoffen in een technisch systeem.

Na de Tweede Wereldoorlog verscherpt de kritiek. Karl Jaspers (1883–1969) ziet in de atoombom het bewijs dat techniek de mens moreel overvleugelt. Zijn leerling Günther Anders (1902–1992) spreekt van ‘Prometheïsche schaamte’: de mens voelt zich minderwaardig tegenover zijn eigen creaties. Hannah Arendt (1906–1975) vreest dat techniek het vermogen tot authentiek menselijk handelen ondermijnt. In een wereld van protocollen en efficiëntie dreigt de mens zijn politieke en morele autonomie te verliezen.

De sorteermachine van de prestatiemaatschappij

Een terugkerend thema in het boek is de verbinding tussen technologie en meritocratie (prestatiesamenleving). Nieuwenhuis laat zien hoe digitale systemen mensen reduceren tot meetbare prestaties. Van schoolcijfers tot LinkedIn-profielen, van fitnesstrackers tot sociale media: overal worden we beoordeeld, gerangschikt en gesorteerd. Deze ‘sorteermachine’ creëert druk om constant te presteren en te optimaliseren. Het leidt tot perfectionisme, burn-outs en een verlies van menselijke maat.

De toeslagenaffaire is een schrijnend voorbeeld van wat er gebeurt wanneer mensen ondergeschikt raken aan technische systemen. Algoritmes bepalen wie fraude pleegt, ambtenaren verschuilen zich achter protocollen, en menselijke verhalen verdwijnen achter data. Het toont hoe techniek kan leiden tot wat Arendt de ‘banaliteit van het kwaad’ noemde: onrecht zonder duidelijke dader.

Lichamelijkheid, ambacht en weerstand

Nieuwenhuis besteedt veel aandacht aan wat technologie doet met onze lichamelijke ervaring. Hij beschrijft hoe hij samen met zijn zoon een stoel van Gerrit Rietveld bouwt. Het ambachtelijke proces, met al zijn frustraties en imperfecties, contrasteert met de gladde perfectie van digitale ervaringen. In het werken met je handen, in het voelen van weerstand en het overwinnen van obstakels, ligt een vorm van kennis die verloren dreigt te gaan.

Dit verlies van lichamelijkheid ziet hij overal. Kinderen spelen minder buiten, volwassenen zitten achter schermen, en fysieke ontmoetingen maken plaats voor digitale interacties. Nieuwenhuis waarschuwt dat we hiermee een essentieel deel van ons mens-zijn verliezen. Hij verwijst naar filosofen als Maurice Merleau-Ponty (1908–1961), die het lichaam ziet als basis van alle ervaring en betekenis.

Nostalgie als kritiek en traagheid als verzet

Het boek gebruikt nostalgie niet als vlucht naar het verleden, maar als kritisch instrument. Door te herinneren wat we zijn kwijtgeraakt, kunnen we scherper zien wat er op het spel staat. Nieuwenhuis haalt denkers aan als Jenny Odell (1986–) die pleiten voor een herwaardering van traagheid, aandacht en contemplatie. In een wereld die draait om snelheid en efficiëntie wordt stilstand een vorm van verzet.

Morele woede als motor voor verandering

Het laatste deel van het boek gaat over de noodzaak van morele woede. In een wereld van algoritmes en protocollen lijkt er niemand verantwoordelijk. Maar juist daarom, betoogt Nieuwenhuis, is woede nodig. Niet als destructieve kracht, maar als bron van politieke verbeelding. Hij wijst op bewegingen als die van de toeslagenouders en klimaatactivisten, die laten zien dat verzet tegen de logica van het systeem mogelijk én noodzakelijk is.

Conclusie: mens blijven in een wereld van machines

Nieuwenhuis is geen techniekpessimist. Hij pleit niet voor een terugkeer naar een pre-industrieel verleden. Zijn boodschap is dat we ons bewust moeten zijn van wat techniek met ons doet. De machine is niet goed of slecht, maar vraagt om voortdurende reflectie en morele afweging. We moeten ruimte houden voor twijfel, imperfectie, lichamelijkheid en menselijke maat.

Het boek eindigt met een oproep tot verantwoordelijkheid. Als we niet willen dat machines ons de baas worden, moeten we actief vormgeven aan hoe we ze gebruiken. Dat vraagt niet alleen om individuele keuzes, maar ook om collectieve actie. We moeten de moed hebben om ‘nee’ te zeggen tegen systemen die ons reduceren tot data, en ‘ja’ tegen praktijken die onze menselijkheid bevestigen.

Reflectie

Terwijl ik dit boek las in de Noorse natuur, werd de urgentie van Nieuwenhuis’ boodschap extra voelbaar. Het is geen gemakkelijk boek, maar biedt een rijke intellectuele reis door de geschiedenis van het denken over techniek. Soms wordt die rijkdom bijna overweldigend door de vele verwijzingen naar filosofen en andere denkers. Een historisch overzicht of tijdlijn was welkom geweest. Voor geïnteresseerden heb ik er zelf een gemaakt op basis van mijn aantekeningen met de voor mij belangrijkste denkers uit het boek van Nieuwenhuis:

Ondanks het feit dat Nieuwenhuis naar een groot aantal denkers verwijst, is het opvallend dat bepaalde hedendaagse denkers ontbreken. Bruno Latour (1947–2022) met zijn actor-netwerktheorie, Peter-Paul Verbeek (1970–) met zijn postfenomenologische benadering, of Yuval Noah Harari (1976–) met zijn toekomstvisies hadden het perspectief kunnen verbreden. Desondanks slaagt Nieuwenhuis erin een coherent verhaal te vertellen dat historische diepte verbindt met actuele urgentie.

De grootste verdienste van dit boek is dat het verder kijkt dan de gebruikelijke tegenstellingen tussen techniekoptimisme en -pessimisme. Nieuwenhuis laat zien dat de vraag niet is óf we techniek moeten omarmen of afwijzen, maar hóé we er een menselijke verhouding mee kunnen ontwikkelen. In een tijd waarin die vraag steeds urgenter wordt, biedt dit boek waardevolle handvatten voor bezinning.

2 reacties

Aardig interview met Nieuwenhuis in de Stentor:
https://www.destentor.nl/deventer/de-wasmachine-is-onze-vriend-is-ai-dat-ook-dankzij-100-slimme-denkers-weet-roderick-nu-welke-vraag-hij-wel-moet-stellen~a4755372/

Is de machine onze vriend of vijand? Voor Roderick Nieuwenhuis is het antwoord na bestuderen van meer dan honderd denkers helder: een vijand — behalve de wasmachine. Waar die het leven echt verlichtte, nemen veel andere machines steeds meer controle over. AI lijkt een nieuw hoofdstuk, maar raakt aan een oude zorg: verliezen we onze autonomie, ons geheugen, ons mens-zijn? Denkers van Plato tot Heidegger waarschuwen al eeuwen dat techniek niet neutraal is. Ze verandert wie we zijn en hoe we samenleven. AI versterkt dat effect: het maakt ons afhankelijker, meetbaarder, efficiënter — maar ook kwetsbaarder. De machine is geen vriend als we haar gedachteloos volgen. Pas als we opnieuw durven vragen wat techniek eigenlijk ís, kunnen we bepalen of we er de baas over blijven. Misschien zit vriendschap dan niet in de kracht van de machine, maar in onze bereidheid om haar kritisch te bevragen.

Ik ben het overigens niet met Nieuwenhuis eens. Mijn overtuiging is dat technologie ons als mens meer heeft gebracht dan heeft gekost. Sterker nog, de kans dat Nieuwenhuis überhaupt had bestaan en dit boek had kunnen schrijven zónder technologie, is zeer klein. In mijn optiek is het bovendien de verkeerde vraag. Het gaat er veel meer om hoe we mens blijven in tijden van technologische vooruitgang. Een vraag van alle tijden waarbij het nu gaat om de vraag hoe mens te blijven in tijden van AI. De volgende vraag dient zich al aan, hoe blijven we mens in tijden van quantumcomputers.

Beantwoord

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1399)
Contact