Gerjanne en ik zijn momenteel op roadtrip door de Schotse Hooglanden en verkennen deze week de omgeving van Ullapool. Vandaag liepen we naar de top van Cùl Mòr, een geïsoleerde berg van 849 meter in Assynt, in het noordwesten van de Schotse Hooglanden.
We begonnen om zeven uur vanaf de parkeerplaats aan de A835. Voor ons lag een tocht van ongeveer 13,5 kilometer. Volgens het informatiebord en Walkinghighlands is het een middelzware tot zware bergwandeling: eerst over een goed pad, daarna over natter en deels padloos terrein, met vlak onder de top een kort blokkenveld.
De eerste kilometers volgden we een duidelijk stalkers path (een smal, vaak zigzaggend pad in de Schotse hooglanden dat oorspronkelijk is aangelegd voor deer stalking). Het terrein steeg geleidelijk en al snel opende het landschap zich. Assynt bestaat niet uit één aaneengesloten bergketen. De bergen staan los van elkaar in een enorme vlakte van rots, veen en water. Daardoor lijken de toppen bijna afzonderlijke eilanden in het landschap.

Hogerop werd het pad minder duidelijk. We liepen tussen heide, stenen en kleine waterlopen. Rond Meallan Diomhain verloren we even hoogte voordat de klim naar de noordoostgraat van Cùl Mòr begon. Precies daar veranderde het weer.
De wolken zakten en het zicht verdween snel. Waar we eerst nog grote delen van Assynt konden overzien, zagen we op een gegeven moment nauwelijks verder dan onze directe omgeving. Daarmee veranderde ook de wandeling. Minder landschap kijken, meer terrein lezen en navigeren.
We volgden de cairns (door mensen gemaakte stapels stenen) waar we die konden zien en controleerden regelmatig onze positie op de GPX-route. In helder weer kun je de vorm van de berg goed lezen, maar in de mist verdwijnen de herkenningspunten waarop je normaal ongemerkt vertrouwt. Geen horizon meer. Alleen de volgende steen, de volgende cairn en de richting op de kaart.

Vlak onder de top bereikten we het blokkenveld. Grote rotsblokken, een steilere helling en af en toe de handen erbij om verder omhoog te komen. Echt klimmen was het niet, maar concentratie was wel nodig. Rustig bewegen, stevige blokken kiezen en niet onnodig van de route afwijken. Misschien maar goed ook dat we door de mist niet konden zien hoe steil en hoog het eigenlijk was.

Na het blokkenveld vlakte het terrein af en bereikten we de top van Cùl Mòr, op 849 meter. We zaten volledig in de wolken. Van het beroemde uitzicht was weinig te merken: steen, wind en grijs.
We bleven daarom een tijdje boven. Dat bleek de moeite waard. De wolken bewogen voortdurend. Eerst verschenen vage contouren, daarna kwamen lochs en bergvormen tevoorschijn en af en toe kregen we een doorkijk naar het lager gelegen landschap van Assynt. Geen vast panorama dus, maar een landschap dat zich stukje bij beetje liet zien.

We overwogen verder te lopen naar de westelijke uitloper, maar het zicht bleef te wisselvallig. Daarom kozen we voor de alternatieve afdalingsroute. Daar lag een breed, open terrein waarin we opnieuw op onze GPX-navigatie moesten vertrouwen.
Lager op de berg werd het zicht snel beter. We konden nu terugkijken naar de top die we kort daarvoor in de mist hadden beklommen. Andere wandelaars waren kleine figuren op de helling. Pas vanaf deze afstand zagen we goed hoe steil en compact het laatste stuk naar de top eigenlijk was.

Tijdens de klim bestond onze wereld vooral uit de volgende paar meter. Tijdens de afdaling zagen we het geheel weer. Dezelfde berg voelde daardoor anders: eerst als terrein waarin we onze weg moesten vinden, daarna als onderdeel van het veel grotere landschap van Assynt.
Tijdens de afdaling werd ook duidelijker waarom dit gebied geologisch zo bijzonder is. Hier liggen gesteenten van heel verschillende leeftijden aan de oppervlakte. Delen van het lage landschap bestaan uit Lewisian gneiss, bijna drie miljard jaar oud. Daarboven liggen op veel plaatsen jongere gesteenten, waaronder Torridonian sandstone en Cambrian quartzite.

De opvallende, losstaande bergen van Assynt danken hun huidige vorm mede aan verschillen in erosiebestendigheid tussen gesteenten. In de loop van honderden miljoenen jaren verdween veel van het minder resistente materiaal, terwijl andere gesteentepakketten beter standhielden. Ook bewegingen in de aardkorst bepaalden de structuur van het gebied. Veel later schuurden gletsjers dalen en kommen verder uit en droegen ze sterk bij aan het huidige patroon van lochs (meren) en rotsruggen rond de al bestaande bergmassieven.
Als je dat weet, kijk je anders. Een berg is niet meer alleen een berg, maar een overblijfsel van een veel ouder landschap. Een rotswand vertelt iets over afzetting en erosie. Een dal laat zien waar ijs en water makkelijker vat kregen op het gesteente.
Tijdens de afdaling keken we daardoor steeds vaker naar wat vlak voor onze voeten lag. Op de stenen groeiden korstmossen in groene, grijze en donkere patronen. In scheuren zaten mossen en kleine planten. De rotsen zelf vertoonden breuken, splijtvlakken en kleurverschillen.
Daar zag je ook dat dit oeroude landschap nog altijd verandert. Gesteente verweert, korstmossen groeien op kale oppervlakken en organisch materiaal hoopt zich langzaam op. Zo ontstaan op kleine schaal nieuwe bodem en de voorwaarden voor verdere vegetatieontwikkeling.
Ook het veen verandert. Delen ervan zijn aangetast door drainage, erosie en langdurige begrazing. Daardoor loopt water sneller weg, droogt het veen uit en kan opgeslagen koolstof vrijkomen. Rond Cùl Mòr wordt daarom gewerkt aan herstel. Erosiegeulen worden aangepakt, water wordt langer vastgehouden en veenmossen worden teruggebracht. Zo moet het gebied weer natter en stabieler worden.
Dat sloot aan bij wat we onderweg zagen. Gesteente, water, klimaat en vegetatie beïnvloeden elkaar voortdurend. Verandert de waterhuishouding, dan verandert het veen. Minder vegetatie betekent meer erosie. Een veranderend klimaat heeft weer gevolgen voor al die processen. Opvallend voor ons was hoe weinig dieren we onderweg waarnamen: nauwelijks insecten, slechts enkele vogels en geen grotere zoogdieren.
De tocht naar Cùl Mòr werd zo meer dan een wandeling naar een top. Eerst zagen we Assynt in het groot, met zijn losse bergen, lochs en eindeloze open ruimte. In de mist kromp onze wereld tot stenen, cairns en de volgende stap. Tijdens de afdaling kwam het grote landschap terug en gingen we juist beter kijken naar gesteente, korstmossen en vegetatie. Uiteindelijk kwamen we bij de jongste laag van het verhaal: de manier waarop mensen nu proberen het veen en de biodiversiteit te herstellen.
Zonder mist hadden we ongetwijfeld meer gezien, maar misschien minder goed gekeken. Toen de horizon verdween, werden de details dichtbij belangrijker. En toen het uitzicht terugkwam, zagen we niet alleen de bergen opnieuw, maar ook beter waaruit dat landschap bestaat.
Zo werd Cùl Mòr een wandeling door verschillende schalen van tijd en ruimte: van gesteente van miljarden jaren oud tot veen dat vandaag wordt hersteld, en van de horizon van Assynt tot het korstmos op een steen onder onze voeten.