Het recent gepubliceerde EU-rapport Strengthening Europe through Public Libraries onderzoekt welke rol openbare bibliotheken in Europa spelen en hoe beleid die rol kan ondersteunen. Het rapport is opgesteld door een Open Method of Coordination-groep (OMC) met 36 experts uit 25 EU-lidstaten, aangevuld met inbreng uit andere Europese landen. De groep werd ingesteld binnen het EU-werkplan voor cultuur 2023–2026. Voor het onderzoek zijn onder meer literatuur, wetgeving, nationale en regionale strategieën, beschikbare bibliotheekdata en meer dan 80 praktijkvoorbeelden uit Europa bestudeerd. Het is daarmee vooral een beleids- en expertrapport en geen effectstudie: de voorbeelden laten zien welke functies bibliotheken onder verschillende omstandigheden vervullen en welke bijdrage zij kunnen leveren, maar bewijzen niet voor iedere functie een rechtstreeks maatschappelijk effect.
De openbare bibliotheek heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld van een instelling die vooral rond collecties en uitlenen was georganiseerd tot een voorziening met meerdere maatschappelijke functies. Boeken, lezen, informatie en cultuur blijven onderdeel van de basis, maar veel bibliotheken functioneren inmiddels ook als leeromgeving, ontmoetingsplek, digitale toegangspoort en plaats voor maatschappelijke activiteiten. Het rapport gebruikt hiervoor onder meer het begrip ‘third place’ (derde plek): een laagdrempelige publieke omgeving naast thuis, werk of school. De bibliotheek wordt zo beschouwd als publieke infrastructuur die mensen toegang geeft tot kennis, cultuur, technologie, vaardigheden, ontmoeting en maatschappelijke participatie.
Het rapport schat dat de EU ongeveer 67.000 openbare bibliotheken telt, met circa 170.000 medewerkers, 75 miljoen geregistreerde gebruikers en 757 miljoen bezoeken per jaar. Jaarlijks gaat het ook om ongeveer één miljard fysieke uitleningen en 160 miljoen e-leningen. Deze cijfers moeten met enige voorzichtigheid worden gelezen. Het rapport constateert zelf dat een uniforme Europese gegevensverzameling ontbreekt en dat landen verschillende definities en meetmethoden hanteren.
Het rapport ordent de maatschappelijke betekenis van bibliotheken rond tien uitdagingen: geletterdheid en een leven lang leren, toegang tot cultuur, sociale cohesie, het verkleinen van de digitale kloof, democratische weerbaarheid, economie en werkgelegenheid, duurzaamheid, gezondheid en welzijn, stedelijke en landelijke ontwikkeling en weerbaarheid bij crises en rampen. De praktijkvoorbeelden maken deze brede rol concreet. Bibliotheken bieden onder meer taal- en leesprogramma’s, ondersteuning bij digitale vaardigheden en mediawijsheid, makerspaces en repaircafés, hulp bij het zoeken naar werk en activiteiten gericht op ontmoeting en welzijn. Het rapport beschrijft ook de inzet van bibliotheken tijdens COVID-19, na de aardbevingen in Türkiye en tijdens de Russische invasie van Oekraïne.
Om die verschillende functies begrijpelijk te maken, gebruikt het rapport vier metaforen. De bibliotheek is een marktplaats waar mensen, kennis en cultuur worden uitgewisseld; een laboratorium waar mensen leren, experimenteren en samen iets maken; een toevluchtsoord voor rust, veiligheid en ondersteuning; en een hub die mensen, organisaties en voorzieningen met elkaar verbindt. Daartegenover staan zeven rollen van bibliotheekprofessionals: gemeenschapsbouwer (community builder), verhalenverteller (storyteller), gids, facilitator, beschermer, katalysator en motivator. Deze begrippen maken duidelijk dat verbreding van het bibliotheekwerk ook andere competenties van medewerkers vraagt.
Een belangrijk onderdeel van deze ontwikkeling is digitale volwassenheid en innovatie. Het rapport ziet de toekomstige bibliotheek als hybride: een publieke infrastructuur waarin fysieke nabijheid, digitale toegang en menselijke ondersteuning elkaar aanvullen. Dat vraagt om toegankelijke en veilige digitale voorzieningen, aandacht voor digitale vaardigheden, mediawijsheid en cyberveiligheid, verantwoord gebruik van technologieën zoals AI en voldoende deskundigheid bij medewerkers. Tegelijk blijft de fysieke bibliotheek van belang als toegankelijke, niet-commerciële plek voor ontmoeting, leren en ondersteuning. De hybride bibliotheek vervangt het gebouw dus niet, maar verbindt de fysieke en digitale publieke ruimte.
Een belangrijke conclusie van de OMC-groep is dat niet alle bibliotheken deze verschillende functies in dezelfde mate kunnen vervullen. Wetgeving, financiering, gebouwen, digitale voorzieningen en personele capaciteit verschillen tussen en binnen landen. Ongeveer 70% van de EU-lidstaten heeft specifieke bibliotheekwetgeving waarin onder meer vrije toegang, inclusie en een leven lang leren een plaats hebben, terwijl ongeveer de helft over nationale strategieën beschikt die de ontwikkeling van bibliotheken ondersteunen. Financiering vindt voor een belangrijk deel lokaal plaats, waardoor verschillen in mogelijkheden kunnen ontstaan.
Het rapport formuleert zes voorwaarden voor toekomstbestendige bibliotheken: passende wet- en regelgeving, gedeelde verantwoordelijkheid en structurele financiering, datageïnformeerde besluitvorming, vakbekwame medewerkers, toegankelijke en duurzame bibliotheekruimten en digitale volwassenheid en innovatie. Het pleit voor vrije toegang, betere inbedding van bibliotheken in andere beleidsterreinen en meer Europese samenwerking. Voor besluitvorming beveelt het rapport geharmoniseerde kwantitatieve én kwalitatieve dataverzameling aan. Mijn kanttekening daarbij is dat publieke waarde niet volledig meetbaar is: vertrouwen, toegankelijkheid, sociale verbondenheid en democratische ruimte laten zich moeilijk in indicatoren vangen. Data kunnen daarom beter bijdragen aan publieke verantwoording dan leidend zijn voor beleid, in combinatie met kwalitatief onderzoek, gebruikerservaringen en inzicht in lokale maatschappelijke waarde.
Vanuit Nederlands perspectief sluit het rapport aan bij een ontwikkeling die al langer zichtbaar is. Nederlandse openbare bibliotheken werken naast lezen, literatuur en collecties ook aan basisvaardigheden, digitale inclusie, ontmoeting en maatschappelijke dienstverlening. De Europese analyse is daarom minder een voorstel voor een geheel nieuwe koers dan een bredere onderbouwing van een ontwikkeling die in Nederland al gaande is. Vooral het idee van een hybride publieke infrastructuur is relevant: bibliotheken moeten zowel fysiek nabij als digitaal toegankelijk zijn en mensen kunnen ondersteunen bij zelfstandige en kritische deelname aan een samenleving waarin informatie en publieke dienstverlening steeds verder digitaliseren.
Tegelijk roept de verbreding een beleidsvraag op. Meer maatschappelijke rollen vragen om voldoende professionele capaciteit, structurele financiering en duidelijke keuzes over wat wel en niet tot de taak van de bibliotheek behoort. Ook moet worden voorkomen dat maatschappelijke waarde wordt gereduceerd tot een verzameling prestatie-indicatoren. Voor Nederland ligt de betekenis van het rapport daarom vooral in het verbinden van de maatschappelijke en digitale ontwikkeling van bibliotheken aan duurzame publieke financiering, professionele ruimte en een vorm van verantwoording waarin cijfers het gesprek over publieke waarde ondersteunen, in plaats van andersom.
Bron
European Commission, Directorate-General for Education, Youth, Sport and Culture. (2026). Strengthening Europe through public libraries: How sustained investment in public libraries and their multiple roles delivers social, cultural and democratic returns. Publications Office of the European Union.
3 reacties
Ik krijg wel kortsluiting in mijn hoofd hiervan, sorry.
Wat beschreven wordt als ontwikkeling, was de oorspronkelijke bedoeling en functie van bibliotheken.
Maar dan nu in een hedentijds jasje met de maatschappelijke uitdagingen van nu.
Zijn wij ergens de bedoeling kwijtgeraakt, hebben “wij” die vervangen door een middel (collecties? #au) en herontdekken wij die bedoeling nu eindelijk weer?
Hmmm, weet niet of ik het helemaal met je eens ben; heb namelijk wel het idee dat de bibliotheken een steeds bredere rol hebben gekregen. Neem als voorbeeld de rol mbt digitale ontwikkelingen. Maar misschien moet ik er nog eens kritisch(er) naar kijken.
Dank voor je reactie, ben ik blij mee (en houd mij scherp)!
@Marco het kan ook zijn dat die functie in de tijd is ‘verengt’. Het feit dat gemeenten bij bezuinigen tussen 2010 en 2020 vaak vonden dat boekenuitlenen geen gemeentelijke taak meer zou moeten zijn, is daar denk ik wel een voorbeeld van. Maar wanneer je teruggaat naar de oorsprong van openbare bibliotheken, zie je dezelfde bedoeling (met andere invulling omdat het een andere tijd was). In mijn ogen dan.