Made in Our Image is het najaarsdossier 2026 van Big Think. In 17 artikelen onderzoeken filosofen, journalisten en onderzoekers wat kunstmatige intelligentie zichtbaar maakt over menselijk denken, relaties, creativiteit en maatschappelijke verhoudingen. Het uitgangspunt is dat taalmodellen zijn gevormd met menselijke kennis en cultuur. Hun toepassingen roepen daardoor ook vragen op over onze waarden en verwachtingen. Het dossier combineert essays, interviews, reportages en persoonlijke ervaringen.
Denken, bewustzijn en menselijkheid
Kristin Houser onderscheidt tien perspectieven op AI, van technologieoptimisme en versnellingsdenken tot veiligheidsdenken en pleidooien voor open modellen. Ze beschrijft de afwegingen rond regulering, toegang, werk en militaire toepassingen. Andy Masley onderzoekt drie vragen: begrijpen AI-systemen taal, vormen ze interne wereldmodellen en kunnen ze redeneren? Blaise Agüera y Arcas bespreekt hoe AI het filosofische onderscheid tussen geest en materie uitdaagt. Henry Shevlin vraagt welke morele verplichtingen eventueel AI-bewustzijn zou meebrengen. Pia Lauritzen zoekt menselijke eigenheid in onze behoefte om onszelf te definiëren en richting te bepalen. Of AI bewust is, blijft in het dossier een open vraag.
Relaties en werkelijkheidsvorming
Jonny Thomson beschrijft de steun die hij tijdens ziekte aan chatbotgesprekken ontleende. Hij onderzoekt of zo’n contact betekenisvol kan zijn zonder wederzijdse gevoelens. Conor Feehly bespreekt hoe gebruikers chatbots als gesprekspartners ervaren en hoe hun reacties overtuigingen kunnen beïnvloeden. Dat gaat verder dan sycophancy: de neiging om met gebruikers mee te praten. Eric Markowitz benadrukt de waarde van alledaagse ontmoetingen aan de hand van jeong, een Koreaans begrip voor verbondenheid die geleidelijk groeit. Hij verwacht dat verdere automatisering de behoefte aan menselijk contact zal vergroten.
Creativiteit, auteurschap en vertrouwen
Jasna Hodžić beschrijft hoe de vrees voor beschuldigingen van AI-gebruik haar schrijven beïnvloedt, ook wanneer ze zonder AI werkt. Henry Eliot vergelijkt de overvloed aan gegenereerde inhoud met Borges’ De bibliotheek van Babel uit 1941, waarin betrouwbare informatie nauwelijks te vinden is. Thomas Moynihan verkent hoe Londense kunstenaars met AI experimenteren. Afra Wang onderzoekt de Chinese productie van slop: op grote schaal gemaakte inhoud waarbij aantallen en bereik vooropstaan. Ze opent met een creatief succes: een film van drie minuten, volgens haar reportage gemaakt in tien dagen voor ongeveer 3.000 yuan aan AI-gebruikskosten. In de industrie die ze vervolgens onderzoekt, blijkt die artistieke ambitie uitzonderlijk.
Kevin Dickinson onderzoekt in twee bijdragen de mogelijkheden en beperkingen van AI-detectie. Volgens aanbieder Pangram wordt één op de 10.000 menselijke teksten ten onrechte als AI-tekst aangemerkt. Ook zo’n kleine foutkans kan bij grootschalig gebruik tot onterechte beschuldigingen leiden. Dickinson pleit daarom voor duidelijke afspraken over AI-gebruik, gesprekken met auteurs en aanvullend onderzoek bij verdenkingen.
Werk, macht en menselijke ontwikkeling
Namir Khaliq beschrijft de angst onder jonge technologiewerkers en studenten dat AI hun economische vooruitzichten ondermijnt. De gevreesde permanente onderklasse is een toekomstbeeld, geen vastgestelde ontwikkeling. In zijn interview met Meredith Whittaker verschuift de aandacht naar privacy en de macht van bedrijven die data en infrastructuur beheren. Shai Tubali onderzoekt aan de hand van drie filosofen welke menselijke vermogens en ervaringen aandacht verdienen. Michael Hauskeller benadrukt zelfstandig denken en onzekerheid verdragen, Susan Wolf nieuwsgierigheid en betekenisvolle betrokkenheid. Luciano Floridi wijst op de waarde van herkomst en relaties, en op de verantwoordelijkheid die mensen voor AI-ondersteund werk dragen.
Het dossier laat zien hoe AI bestaande vragen over kennis, betekenis, vertrouwen en macht opnieuw op scherp zet. Bij de beoordeling van toepassingen tellen ook de gevolgen voor leren, relaties en zeggenschap mee. De bijdragen verschillen in standpunt en onderbouwing: filosofische argumenten, persoonlijke ervaringen en onderzoeksbevindingen bieden elk een ander soort inzicht.