Leiderschap tussen snelheid en geweten

door Marco Derksen op 8 april 2026

Tijdens de slot- en netwerkdag van het leerprogramma Leiderschap bij Digitale Transformatie van de Politieacademie, afgelopen week in de kapelzaal van de Jheronimus Academy of Data Science (JADS) in Den Bosch, kwamen deelnemers, oud-deelnemers en geïnteresseerden, onder meer uit politie, OM en gemeenten, samen om te reflecteren op de impact van digitale transformatie op leiderschap.

Onder leiding van collega en dagvoorzitter Frederique Veldhuis en met bijdragen van onder anderen prof. Aarnout Brombacher, Simon Vermeer, Ron Roozendaal en Anne Jan Oosterheert werd het spanningsveld verkend waarin digitale transformatie zich afspeelt: dat van innovatie, verantwoordelijkheid en maatschappelijke verwachtingen. Hoe ga je om met de spanning tussen versnellen en vertragen?

In zijn inspirerende keynote liet Ron Roozendaal zien dat snelheid en waarden niet per definitie tegenover elkaar staan. Vanuit zijn ervaring als CIO bij VWS met de ontwikkeling van corona-apps en zijn huidige rol bij Defensie benadrukte hij dat versnelling mogelijk is, mits er duidelijke keuzes worden gemaakt en samenwerking goed wordt georganiseerd. Zijn betrokkenheid bij de stichting Aid to Ukraine gaf dit verhaal een concreet gezicht. Door direct samen te werken met lokale initiatieven in Oekraïne ziet hij hoe innovatie niet alleen een technisch vraagstuk is, maar ook een morele en organisatorische opgave.

Het toeval wilde dat ik afgelopen weekend de podcast van Boekestijn en De Wijk beluisterde, waarin de makers in gesprek gaan met Khristina, commandant bij de Oekraïense luchtverdediging in de regio Donetsk. Vanuit haar positie dicht bij de frontlinie beschrijft Khristina hoe de oorlog sinds 2022 is veranderd en hoe technologie daarin een steeds grotere rol speelt.

Khristina vertelt onder andere over de verschuiving van grondgevechten naar een conflict waarin drones een dominante rol spelen. Volgens haar is de activiteit in de lucht in korte tijd sterk toegenomen, met een verdrievoudiging in zes maanden. Surveillance-drones met thermische camera’s en satellietverbindingen, zoals Starlink, verzamelen continu informatie en sturen aanvallen aan. Dit heeft niet alleen impact op gevechten, maar ook op logistiek en medische zorg: evacuaties zonder technologische ondersteuning zijn tot ongeveer 40 kilometer achter de frontlinie niet meer veilig.

Een belangrijk thema is de snelheid van innovatie. Oekraïense eenheden ontwikkelen en implementeren nieuwe systemen in korte cycli. Khristina noemt het voorbeeld van een nieuwe interceptor-drone die in ongeveer zes maanden is ontwikkeld en operationeel werd ingezet. In haar eigen team worden FPV-drones gebruikt om vijandelijke drones te onderscheppen, met gemiddeld circa twintig onderscheppingen per nacht en meer dan 250 in zes maanden in haar regio. Deze manier van werken vraagt om intensieve training en hoge precisie.

Daarbij komt een verschil in organisatie tussen Oekraïne en Rusland. Oekraïne opereert relatief decentraal, waarbij eenheden zelf oplossingen ontwikkelen en aanpassen aan lokale omstandigheden. Dit lijkt de wendbaarheid te vergroten en kan innovatie versnellen. Rusland werkt meer centraal gestuurd, wat schaalvoordelen kan bieden, maar minder flexibiliteit. Tegelijk is er sprake van wederzijdse aanpassing, waardoor beide partijen hun tactieken blijven bijstellen.

In het gesprek wordt kort gerefereerd aan een systeem waarbij eenheden punten kunnen verdienen op basis van prestaties, die vervolgens invloed hebben op middelen en beloning. Khristina gaat hier niet verder op in en geeft aan dat dit niet publiek kan worden besproken. Op basis van externe informatie zou dit kunnen verwijzen naar het ‘Army of Drones Bonus’-systeem, een intern Oekraïens mechanisme waarbij drone-eenheden op basis van geverifieerde resultaten middelen kunnen verkrijgen. Dit sluit aan bij de bredere trend van decentralisatie en prestatiegestuurde toewijzing van middelen.

Zij maakt duidelijk dat effectiviteit afhankelijk is van complete systemen, niet alleen van wapens. De huidige situatie vergelijkt ze met “een auto zonder sleutel”: middelen worden geleverd zonder de noodzakelijke ondersteuning. Hier komt de rol van Europese landen en maatschappelijke organisaties naar voren. Europese landen leveren een groot deel van de steun, maar formele procedures zijn traag. Organisaties zoals Protect Ukraine en initiatieven zoals Aid to Ukraine, waarover Ron Roozendaal sprak, vullen deze lacunes door snel materieel en aanvullende infrastructuur te leveren, waardoor systemen beter inzetbaar worden.

Ook plaatst zij deze ontwikkelingen nadrukkelijk in het kader van de veiligheid van Europa. Oekraïne fungeert als een praktijkomgeving waarin kennis wordt opgebouwd over moderne oorlogvoering, met name rond drones en decentrale organisatie. Deze kennis wordt gepresenteerd als potentieel relevant voor de Europese defensie, mits beleidsprocessen worden aangepast en samenwerking wordt versterkt.

Tot slot kom ik terug op het dilemma tussen snelheid en geweten, dat geen keuze is tussen twee uitersten, maar een voortdurende opgave om beide met elkaar te verbinden. Innovatie vraagt om tempo, maar ook om richting. Juist in situaties van crisis en conflict wordt zichtbaar dat technologie, organisatie en ethiek onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De vraag is niet of we moeten versnellen, maar hoe we dat doen zonder het zicht op waarden en verantwoordelijkheid te verliezen.

Foto: Joshua Serrão

1 reactie

Ron Roozendaal had het in zijn keynote veel over hoe drones de cyberoorlog veranderen. Dit is ook het thema van deze VPRO Tegenlicht-aflevering:

https://www.youtube.com/watch?v=LdELgP1ZWb4

Deze aflevering van VPRO Tegenlicht laat zien hoe de oorlog in Oekraïne de grenzen tussen cyberaanvallen en fysieke oorlogsvoering vervaagt. Cybersecurity-expert Mikko Hyppönen, jarenlang actief in de wereld van malware en digitale dreigingen, werkt nu aan drone-afweer. Zijn overstap vormt de rode draad: cyber is niet langer alleen iets van computers en netwerken, maar raakt steeds directer aan infrastructuur, veiligheid en oorlog.

De aflevering schetst hoe die ontwikkeling begon met aanvallen als Stuxnet, waarbij software fysieke schade veroorzaakte aan Iraanse centrifuges. In Oekraïne wordt die lijn doorgetrokken met drones: relatief goedkope, bestuurbare computers die kunnen verkennen, saboteren en aanvallen. Volgens Hyppönen maken drones oorlog laagdrempeliger, omdat ze op afstand kunnen worden ingezet en moeilijk toe te schrijven zijn aan één duidelijke actor.

De kern van de aflevering is dat moderne conflicten steeds meer hybride worden. Digitale aanvallen, fysieke sabotage, lokale tussenpersonen en autonome systemen lopen door elkaar. Drones kunnen netwerken bespioneren, luchthavens verstoren, infrastructuur bedreigen of militaire doelen aanvallen. Tegelijk verschuift de verdediging naar detectie, monitoring en snelle productie van tegenmaatregelen, zoals anti-drone-drones.

https://tegenlicht.vpro.nl/artikelen/dodelijke-containers-en-wegwerpspionnen-cyberaanvallen-dringen-de-echte-wereld-binnen

Beantwoord

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1386)
Contact