Als twee waarheden tegelijk kloppen

door Marco Derksen op 22 december 2025

Onderstaande illustratie van de waarheid in perspectief heb ik al vaker voorbij zien komen, en ook dit weekend werd de zogenoemde ambiguous cylinder illusion gedeeld op LinkedIn, ditmaal als reactie op mijn nieuwsbrief over anders kijken. De essentie van de illustratie is dat meerdere perspectieven tegelijk waar kunnen zijn, zonder dat een ervan de objectieve waarheid vertegenwoordigt. Ik heb al eens gezocht naar de bron van deze illustratie, maar die nooit kunnen vinden. In die zoektocht duikt wel vaak het werk op van de Japanse wiskundige Kokichi Sugihara, die overigens laat zien dat de kwestie fundamenteler ligt dan de populaire duiding suggereert.

Kokichi Sugihara, geboren in 1948, is opgeleid als wiskundig ingenieur en maakte carrière in de computationele meetkunde en computer vision. Hij werd hoogleraar aan de Universiteit van Tokio en later aan Meiji University, waar hij nu emeritus is. In de jaren tachtig werkte hij aan een probleem dat nog steeds centraal staat in kunstmatige intelligentie: hoe reconstrueer je een driedimensionale werkelijkheid op basis van tweedimensionale informatie? Zijn boek Machine interpretation of line drawings uit 1986 laat zien dat dit probleem structureel onderbepaald is. Uit één 2D-tekening zijn in principe oneindig veel 3D-vormen af te leiden die allemaal wiskundig consistent zijn.

Die ontdekking vormde de aanleiding voor zijn latere werk aan optische illusies. Sugihara begon zich af te vragen wat er gebeurt als je geen tekening maar een echt object zo ontwerpt dat het meerdere, elkaar tegensprekende projecties oplevert. De ambiguous cylinder illusion is daarvan een voorbeeld. Het object lijkt van de ene kant een cilinder met een ronde doorsnede, terwijl het vanuit een andere hoek een vierkante doorsnede laat zien. Wie het object in het midden bekijkt, ziet een vorm die beide projecties mogelijk maakt, maar die intuïtief niet meer klopt met wat men aan de zijkanten meent te zien.

Het cruciale punt is dat hier geen sprake is van bedrog of een verborgen truc. De projecties zijn fysiek correct. Het object is zo ontworpen dat elke projectie lokaal consistent is met de regels van perspectief en schaduw. Er bestaat geen enkel gezichtspunt dat alle interpretaties tegelijk bevestigt. De ambiguïteit is geen tekortkoming van de waarnemer, maar een eigenschap van het object in relatie tot het standpunt van waaruit gekeken wordt.

Voor de waarnemingspsychologie is dit inzicht belangrijk. Veel klassiek onderzoek vertrekt impliciet vanuit het idee dat er één juiste werkelijkheid is en dat mensen daarvan afwijken door biases, heuristieken of fouten in informatieverwerking. Sugihara’s werk laat zien dat waarneming vaak neerkomt op het oplossen van een probleem waarvoor geen unieke oplossing bestaat. Het brein kiest niet tussen waar en onwaar, maar tussen plausibele interpretaties binnen de beperkingen van het perspectief. Wat in de psychologie vaak als vertekening wordt benoemd, is in zulke situaties een rationele keuze gegeven de beschikbare informatie.

Dit perspectief sluit aan bij stromingen als ecological psychology en situated cognition, waarin waarnemen wordt gezien als een relatie tussen organisme en omgeving. Wat iemand ziet, wordt mede bepaald door positie, context en handelingsmogelijkheden. Het innemen van een ander perspectief is dan geen kwestie van openstaan voor een andere mening, maar van daadwerkelijk anders gepositioneerd zijn ten opzichte van hetzelfde systeem.

Ook in het systeemdenken is Sugihara’s werk relevant. Systemen worden vaak beschreven alsof ze één vaste vorm hebben die vanuit verschillende invalshoeken bekeken kan worden. De ambiguous cylinder laat zien dat systemen ook zo ontworpen kunnen zijn dat zij verschillende, onderling niet te reduceren werkelijkheden voortbrengen. Elk perspectief is intern logisch, maar het geheel laat zich niet samenvoegen tot één integraal beeld zonder verlies van betekenis. Eigenschappen zitten dan niet in onderdelen, maar in relaties en posities binnen het systeem.

Ik wil daar ooit nog eens wat verder in duiken, maar dit fenomeen heeft ook directe gevolgen voor besluitvorming en beleid. In beleidsprocessen zien we regelmatig dat juridische, financiële, organisatorische en technologische analyses elk afzonderlijk correct zijn, terwijl de uitkomst in de praktijk toch faalt. De verklaring wordt vaak gezocht in communicatie-problemen of gebrekkige afstemming. Sugihara’s werk suggereert een andere diagnose: het beleid fungeert als een ambigu object dat verschillende projecties oplevert voor verschillende betrokkenen. De uitvoeringspraktijk ziet iets anders dan de beleidsontwerper, niet omdat een van beiden ongelijk heeft, maar omdat het systeem zo is vormgegeven dat hun perspectieven niet samenvallen.

Een concreet voorbeeld is digitale dienstverlening bij de overheid. Juridisch gezien kan een systeem voldoen aan alle eisen, technisch stabiel zijn en financieel binnen budget blijven, terwijl burgers het ervaren als onbegrijpelijk of onrechtvaardig. Elk perspectief is verdedigbaar, maar er bestaat geen neutraal standpunt van waaruit alles tegelijk zichtbaar wordt. Het probleem zit dan niet in de perceptie van burgers of professionals, maar in het ontwerp dat deze perspectieven structureel uiteen laat lopen.

Daarmee raakt Sugihara’s werk ook aan de populariteit van wat we evidence-based werken zijn gaan noemen. Metingen, indicatoren en dashboards leveren projecties van de werkelijkheid op. Ze zijn niet fout, maar altijd perspectiefgebonden. De illusie ontstaat wanneer deze projecties worden gepresenteerd als objectieve waarheid in plaats van als een specifieke doorsnede. Sugihara laat zien dat zelfs met perfecte data en volledige kennis de ambiguïteit kan blijven bestaan.

De belangrijkste conclusie uit zijn werk is dan ook dat ambiguïteit niet altijd oplosbaar is door meer informatie, meer overleg of betere modellen. Sommige systemen produceren onvermijdelijk meerdere waarheden naast elkaar. Dat vraagt om een andere vorm van leiderschap en besluitvorming, waarin spanning tussen perspectieven niet wordt weggeorganiseerd, maar erkend en gedragen. Aanbevelingen die hieruit volgen zijn het expliciet maken van perspectieven bij besluitvorming, het testen van beleid vanuit verschillende posities voordat het wordt ingevoerd en het besef dat integratie soms betekent dat men een verlies aan schijnbare helderheid accepteert.

Niet elke tegenstelling wijst op een gebrek aan begrip of rationaliteit. Soms is het systeem zelf ambigu. Sugihara’s werk nodigt in ieder geval uit om minder snel te zoeken naar de ene juiste waarheid en meer aandacht te hebben voor hoe ontwerpen, modellen en beleidskeuzes bepalen wat zichtbaar wordt en wat buiten beeld blijft.

To be continued…

Suggesties om verder te bekijken:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1371)
Contact